9.1. MOBILITEIT
Wat Antwerpen betreft voorstander van een overkoepeld tracé dat het verkeer buiten de stad houdt en dat de volksgezondheid van de buurtbewoners prioritair stelt.
– Inzetten op carpooling door aanleg van grote parkings in de nabijheid van autostrades; betere coördinatie van wegenwerken met verbod van allerlei werken in de maanden voorafgaand aan lokale verkiezingen.
– Verlaging tot afschaffing van de verkeersbelasting voor alle weggebruikers die op weg naar het werk of naar school met minstens drie personen aan carpooling doen door invoering van een carpoolingvignet met regelmatige controle bij bedrijven en scholen.
– Inzet van verkeerseconomen bij alle beslissingen omtrent mobiliteit.

9.2. PROBLEMATIEK VAN DE VERGRIJZING VAN DE BEVOLKING
Ligt nog ter studie bij de Denktank Daniel Huet. Resultaten volgen. Om de toenemende kost van de vergrijzing te kunnen blijven betalen moet ons pensioenstelsel worden hervormd zodat het niet ten eeuwigen dage een ponzi-systeem blijft. Men zou alvast kunnen beginnen met het invoeren van een meerwaardetaks op aandelen waarvan de opbrengst gereserveerd wordt om de pensioenlast te kunnen blijven dragen.

9.3. ONDERWIJS
– Inschrijvingsprocedure voor lager en middelbaar onderwijs elektronisch laten verlopen; verplichte cursussen economie (is niet boekhouden) en sociologie in het middelbaar onderwijs met afschaffing van godsdienstonderricht; herinvoering van het herexamen in Vlaanderen en afschaffing van de B- en C-attesten; universitair onderwijs weer opkrikken door afschaffing van het halfjaarlijks examensysteem en van het meenemen van buisvakken naar een volgend jaar; minstens 60 uren onderricht in macro-economie en minstens 60 uren onderricht in sociologie in alle universitaire richtingen, gespreid over twee jaren van de masters. (Godsdienstonderricht buiten de normale lesuren voor zij die dat willen)

Een school is een plaats waar kinderen leren functioneren in onze samenleving. Door een kind alle nodige middelen te geven, kan het leren te doen wat het best kan: zichzelf zijn. ROSSEM wil daarom evolueren naar optimale leeromstandigheden voor kinderen, met de vereiste middelen om zorgeloos te leren leren. Daarom streven wij naar het Fins model:

Een modulair schoolsysteem met modules van (ongeveer) 8 weken met een eindproef.
Per diploma wordt een studietraject opgesteld, een minimumlijst van vakken. Dit studietraject wordt aangevuld met vakken op maat van de leerling. Ook zijn er extra vakken buiten de schooluren, ter verdieping of remediëring. Studietrajecten worden gegeven in stedelijke scholengroepen, zodat de leerling optimaal kan combineren.
Een aantal vakken wordt ter voorbereiding op het functioneren in de samenleving gegeven, verspreid over de hoogste leerjaren: (macro-economie en sociologie). Godsdienst/zedenlessen worden niet meer verplicht.
Invoer van vakoverschrijdende en gespecialiseerde vakken, eventueel met externe deskundigen.
De afschaffing van de A-, B- en C-attesten: een kind is geslaagd of niet, maar kan herkansen.
Gratis Nederlandse taallessen voor jongeren en volwassenen in Vlaanderen en Brussel.
Elektronisch inschrijven van leerlingen om campings te vermijden.
Invoering in de groosteden met meer dan 100.000 inwoners van speciale scholen voor hardnekkige spijbelaars waar leerlingen opnieuw worden gemotiveerd teneinde te beletten dat ze in de criminaliteit terecht komen.

In het hoger onderwijs dringt een aantal maatregelen zich op:

1. Terugkeer naar het principe van eenmalige examens met mogelijkheid tot een tweede zittijd. Geen semestriële examens meer.
2. Afschaffing van het systeem met studiepunten waarbij studenten buisvakken mogen meenemen naar een hoger jaar.
3. Beperking tot een uiterst minimum van multiple choice examens en herwaardering van de mondelinge examens.
4. Invoering van een proefexamen over het hoofdvak na minder dan een maand onderricht zodat studenten desgevallend nog van richting kunnen veranderen.
5. Invoering van 60 uren cursus over sociologie en 60 uren cursus over macro-economie gespreid over de masterjaren, ongeacht de gevolgde studierichting.

9.4. ROOKVERBOD
– Opheffing rookverbod in cafés; restaurants of zalen met meer dan 60 plaatsen verplichten afzonderlijke rookruimte in te richten (met luchtverversingssysteem); rokersruimte in hospitalen en bejaardenhuizen.

9.5. LEGALISERING CANNABISGEBRUIK
– De postmoderne maatschappij is een hedonistische samenleving, door sociale dynamica uit de moderniteit ontstaan. Het is een samenleving gekenmerkt door gevoelens van onveiligheid en onzekerheid, overgecompenseerd in de vlucht naar genot: een "waar is dat feestje" maatschappij. Gebruik van cannabis is er veralgemeend. Het afremmen met geldboetes, zonder tussenkomst van de rechter, zet de scheiding der machten op de helling. De hypocrisie van het gedoogbeleid moet stoppen en er moet klaarheid worden geschapen. Verbruik is pas mogelijk als er productie is. Je kan niet een beperkt gebruik gedogen maar tezelfdertijd de productie bestraffen. Productie onder controle van een officieel erkende medische staff moet wettelijk worden geregeld. Legalisering van cannabis is geen synoniem van het feit dat eenieder om het even waar cannabis mag gebruiken. Ook het gebruik moet wettelijk worden geregeld. Verdeling gebeurt het best in buiten de stadskern gelegen koffieshops met een officiële erkenning. Niet erkende "dealers" en "pushers" mogen strafrechtelijk hard worden aangepakt eens er een voldoende aantal koffieshops is.

9.6. AFSCHAFFING ONMENSELIJKE LEVENSVOORWAARDEN
– Sluiten van mensonterende gevangenissen; meer inspanningen om daklozen onderdak te verschaffen; geen pensioenen beneden het levensminimum; verbod voor deurwaarders om meubelen of huisraad aan te slaan (zie ook 7.6); betere armoedebestrijding door minimum 0.7 % van het BBP te reserveren voor beteugeling van de armoede.

9.7. GELIJKE RECHTEN VOOR MAN EN VROUW*
– Afschaffing van 11/11 als Vrouwendag door zoals de rest van de wereld 8 maart uit te roepen tot Vrouwendag. Heropvissen van het wetsvoorstel van Fatma Pehlivan van 2003 en Vrouwendag uitroepen tot een wettelijke feestdag. Belangrijker is natuurlijk dat er eindelijk een reeks wetten wordt gestemd waarbij man en vrouw dezelfde rechten en gelijke lonen krijgen op de arbeidsmarkt. Voorts moet er werk worden gemaakt van een forse daling van het aantal vrouwen op de geestesdodende secundaire arbeidsmarkt en moet het aantal vrouwelijke kaderleden gevoelig worden opgetrokken. In overheidsbedrijven moet er een even groot aantal vrouwelijke CEO's en directeurs zijn als mannelijke. (Moet nog verder worden uitgewerkt.)

9.8. VREEMDELINGEN
(
staat ter discussie binnen de Denktank) – Afschaffing van alle vormen van discriminatie. Verplicht maken van een jaar durende spoedtaalcursussen voor nieuwe inwijkelingen. Na een jaar verlaging van de sociale uitkeringen indien de gewesttaal niet machtig. Geen uitkeringen meer aan immigranten die hoger zijn dan het minimumpensioen voor zelfstandigen. Strengere controle op profitariaat. Intrekking van de Belgische nationaliteit en uitwijzing van bipatriden van allochtone afkomst die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waarvoor ze een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar opliepen (???). Verbod ingeburgerde jongeren het land uit te wijzen alvorens ze hun studies hebben afgemaakt.

9.9. GELOOF EN BIDPLAATSEN
De Denktank vindt dat iedere persoon in zijn godsdienstvrijheid moet worden gerespecteerd en is in die zin tegen ieder verbod van hoofddoeken. Priesters, rabbijnen, imams, etc. en hun bidplaatsen (kerken, moskeeën, etc.) dienen NIET te worden gefinancierd met overheidsgeld maar wel met de inkomsten uit een kerkbelasting: iedere belastingsplichtige vult op zijn aangifte in hoeveel hij wil afstaan voor welke erkende godsdienst. Dat bedrag wordt daarna overgemaakt aan de erkende godsdiensten die er al hun uitgaven moeten van betalen.

9.10. PESTGEDRAG
De Denktank pleit voor een opvangcentrum en permanent bezette telefoonlijn waarbij slachtoffers van pestgedrag kunnen worden opgevangen door bekwaam opgeleid personeel. Het centrum kan bemiddelen tussen pesters en gepeste personen en kan in naam van de gepeste persoon strafklacht indienen bij erge gevallen van pesten.