actualiteit

PROFITEER ERVAN NU HET NOG KAN!

By Posted on 2 min read 2 views

December 30, 2017

Overmorgen verlaat ik Oostende definitief. Dan keer ik terug naar Kapelle op den Bos. Dan ook sluit ik definitief mijn Oostendse periode in de schilderkunst af. Alvorens te vertrekken heb ik de helft van mijn schilderijen die hier nog stonden weggeschonken aan vrienden en kennissen uit de streek. Het mooiste doek schonk ik aan Astrid, een 78-jarige dame uit Diksmuide. Mijn vaste taxichauffeur, Frank uit Oostende, deed ik twee doeken cadeau, daaronder mijn voorontwerp voor een doek aan Peggy G. Jasmina en haar echtgenoot gaf ik als dank voor hun goede zorgen twee modernistische doeken ten geschenke. En voor mijn poëtische muze Danielle en haar dochter uit Markedaal zette ik twee doeken apart. De 22 werken die mij nog restten, waaronder enkele pareltjes, bied ik in de loop van januari tegen cadeauprijzen van 500 euro (voor de kleine) en 1000 euro (voor die van een vierkante meter of meer) te koop aan. Geïnteresseerden kunnen altijd mailen naar politiek929@gmail.com. Eens mijn atelier leeg is – ergens tegen midden januari – begin ik aan een geheel nieuwe Luhmann nieuwe periode waarin ik zijn niet uit te beelden wereld gestalte wil geven. Omdat kwaliteit zijn prijs heeft ben ik niet van plan één van de werken van die nieuwe nieuwe collectie onder de 5000 te laten gaan.

Ondertussen zie ik het nieuwe jaar somber in. Reden daarvoor is de erg zwakke gezondheid van mijn inmiddels 96 jaar oude vader, één van de liefste en meest zachtmoedige wezens op deze aarde. En er was al een superkalf als ikzelf nodig om die uitzonderlijk lieve en verstandige man 65, jaar lang te cujoneren, enkel omdat hij, toen ik nog geen zeven jaar oud was, mijn lievelingskonijn Kaduin liet slachten ter gelegenheid van mijn eerste communie. Hoeveel spijt ik daarvan heb valt niet onder woorden te brengen. Het heeft geduurd tot de dood van mijn zus, twee jaar geleden, om die volslagen idiote ruzie bij te leggen. Haar dood zorgde voor een breuk in zijn leven. Nooit meer zag ik hem lachen, nooit meer was er blijheid in zijn hart. Lachen beschouwde hij als een verraad aan haar nagedachtenis. En ja, tot een maand geleden koesterde ik nog de ijdele hoop hem nog één keer blij te zien: als Cercle Brugge waarvoor hij – een rasechte Mechelaar – sinds zijn 22ste supportert weer naar eerste klasse zou promoveren. Helaas is hij zo zwak, zo uitgeput, dat behoudens een mirakel, het niet meer zal gebeuren. Of zouden mirakels voor mij, een volstrekt goddeloze, toch nog mogelijk zijn??? Ik kan het enkel uit het diepst van mijn hart wensen. Want ik wil hem echt niet nu al kwijt.

Share

By

FELIX PRZEDBORSKI EN HET ANDERE DOSSIER OVER DE BENDE VAN NIJVEL

By Posted on 5 min read 0 views

December 6, 2017

Wie is FelixPrzedborski(1930-2016)en waarom wist hij zoveel details over de Bende van Nijvel, opvallend meer dan alle Belgische onderzoekers samen, inclusief wie de daders waren en wie de opdrachtgevers? F.P. is een tot Belg genaturaliseerde Poolse Jood die tot zijn naturalisatie in 1978 in Tervuren heeft gewoond en die onmiddellijk daarna naar Costa Rica (in Midden-Amerika) is vertrokken waar hij tot kort voor zijn dood op een hyperluxueus domein heeft gewoond om uiteindelijk in Monaco te overlijden aan een slepende ziekte. Als persoonlijke vriend van de Waalse zakenman Léon Deferm, die in 1992 in opspraak kwam in het dossier van de Agusta helikopters waaraan de moord op de Waalse politicus André Cools van 18 juli 1991 ten onrechte werd gekoppeld, komt de naam van F.P. voor het eerst terecht in een gerechtelijk dossier. Of hij ooit door onderzoeksrechter Véronique Ancia–die de moord op Cools onderzocht –werd gehoord is onduidelijk, maar in elk geval komt zijn naam er niet voor. Zelf heb ik zijn naam voor het eerst vermeld in 1993 in mijnboek Wie vermoordde André Cools? Toen hij in de herfst van 1995 een deal wou afsluiten waarbij hij bereid was te vertellen wat hij wist over de Bende van Nijvel in ruil voor informatie over 3.300 kilo verdwenen uranium, afkomstig van de mijn van Shinkolobwe in Katanga, heb ik meteen de in 2007 overleden onderzoeksjournalist Walter De Bock opgebeld met de vraag of hij inderdaad zo gevaarlijk was als algemeen werd beweerd.En die vrees bleek inderdaad zeer terecht te zijn. Zelf zat hij, toen al minstens zeven miljard dollar rijk, in de uraniumhandel, met vooral Iran als grootste potentiële klant. Uiteraard was ik niet van plan hem te vertellen wat er zeer precies met het verdwenen uranium was gebeurd. Nu hij dood is en zijn invloedssfeer compleet verkruimeld is –er lopen geen gewezen kopstukken van de Joodse Mossadin zijn omgeving en die van zijn beide zonen meer rond –kan ik wel bekennen wat ik hem vooral niet vertelde. Het ging om een partij uraniumoxidevan meer dan honderdduizend ton die de Kortrijkse zakenman Edgar Sengier (1879-1963) in zijn functie van directeurvan de Union Minière aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in het grootste geheim naar New York hadverscheept. Datzelfde uranium werd in 1945 gebruikt voor de eerste Amerikaanse atoombommen op Hiroshimaen Nagasaki. Een rest van tien ton, die in Belgiëverstopt lag, verkocht Alexandre Galopin als directeur van de Société Générale (hoofdaandeelhouder van Union Minière) tussen 1941 en 1943 doodgemoedereerd aan de vijand, aan Nazi-Duitsland. Daar werd het bewaard in het Max Planck Instituut voor Fysica in Berlijn. Toen de Russische troepen in 1945 Berlijn binnenvielen vonden ze er 6.700 kilo door België geleverd uranium terug, maar niet de 3,3 ton die blijkbaar zoek was geraakt.Na een diepgaande historische studie voor mijn boek Belgisch uranium voor Amerikaanse en Russische atoombommen –boek dat ik pas in 2011 heb uitgegeven bij VanHalewyck uit Leuven –ontdekte ik begin 1990 dat de Russen het verdwenen tijdens de Hongaarse opstand van 1956 terugvonden en hetonmiddellijkrepatrieerden. Dat laatste verzweeg ik in alle talen voor F.P. die daarna nog minstensacht jaar in Hongarije vruchteloos is blijven zoekennaar het verdwenen uranium.Minder dan een week voor de ontmoeting in het Parlement met de gezant van Felix Przedborskikreeg ik van Walter De Bock een vijftiental bladzijden lang dossier dat een jaar eerder door de rijkswacht van Luik over hem in het grootste geheim was opgesteld. Het dossier is van de hand van de inspecteurs Jean-Marie Hody en Didier Deck. Het geeft een vrij precies beeld weer van de internationale vriendenkring van F.P., van zijn positie als grootmeester van de Joodse loge;van de Mossadvrienden in zijn directe

omgeving;van zijn gegoochel met honderden miljoenen en meerdere miljardendollars;van zijn smokkel in diamanten, drugs en wapens; en van zijn dubieuze rol in de Caisse Privée waar ook zijn vriend Paul Vanden Boeynants klant was. Het is trouwens F.P. in persoon geweest die ervoor gezorgd heeft dat het losgeld,die de Bende Haemers na de ontvoeringvan VdB eiste,door de Staat Israël effectief werd betaald. Maar vrijwelonmiddellijk herkende ik één van de tipgevers van beide rijkswacht-inspecteurs,(i) bijvoorbeeld als ze op p. 1over de nébuleuse rond Felix Przedborski schrijven: “Il nous est précisé qu’à l’heure actuelle ces personages contrôleraient 50 % de l’économie mondiale”, (ii) bijvoorbeeld als ze op p. 3 schrijven: “Bien que dit analphabète il parlerait 7à 8 langues”, (iii) en bijvoorbeeld als zeop p.5 schrijven: “Il nous est indiqué qu’au travers du terminal ‘graanterminaal’ de Gand auraient été blanchis environ 150.000.000 FB, notamment avec l’entremise d’ Alain DE ROUCK de Gand et plus exactement au traversde la société ELECTRORAIL. Il nous est indiqué que ce serait Jean Pierre VAN ROSSEM qui aurait monté cette structure de blanchissement.”Inderdaad: wie had het te pas en te onpas over de helft van de wereldhandel; wie noemde alle anderen dan hemzelf steevast analfabeet; wie verkondigdesinds hij én bij vader De Rouck én bij JPVR aan de deur werd gezet,dat én De Rouck énVan Rossem verantwoordelijk waren voor alle witwasoperaties in België? Dat was (wijlen) Albert Mahieu, ooit een notoir bankier die helaas, ondanks zijn briljante studies, wegens een acuutdrankprobleem door zijn bank werd ontslagen. In 1989 viste ik hem totaal berooid op en liet ik hem mijn MoneytronPR team in het F1 circuit leiden.De man had echter zo’n bazig karakter dat al na twee Grand Prixniet één van de twaalf Moneytron babesnog langer met hem wilde samenwerken. Daarna heeft hij nog een jaar in dienstverband gewerkt, maar hij had zo’n onuitstaanbaar karakter dat ook ik hem zijn C4 diende te geven.Alwie in het rapportvan Hody & Deck tussen de lijnen weet te lezen en die de grootspraak van Albert Mahieu weet te omzeilen krijgt finaal een goed inzicht in wie Felix Przedborski uiteindelijk was. Het complete verslag vindt men door te klikken op de linkhttps://www.scribd.com/doc/63721155/Atlas-File. Wat de gezant van Felix Przedborski in het Parlement kwam vertellen kwam erop neer dat de Israëlitische Veiligheidsdienst –ongetwijfeld de best ingelichte ter wereld –een compleet en sluitend dossier over de Bende van Nijvel heeft aangelegd, dus een dossier dat niet aan alle kanten rammelt als het Belgische. Uiteraard moeten Albert Raes (°1932)en Christian Smets van de Staatsveiligheid van het bestaan van het Mossad-dossier op de hoogte zijn geweest, zo niet waren ze onbekwaam voor de functie die ze uitoefenden. Wie ook op de hoogte moet zijn geweest van het bestaan van dit dossier was luitenant-generaal Fernand Beaurir (1921-1996) van de rijkswacht, iemand die in 1942 de eed van trouw aan Adolf Hitler zwoer, iemand ook die het extreemrechtse gedachtengoed tot zijn dood trouw bleef, tenslotte hetzelfde kopstuk dat nooit iets ondernam tegen de nazicultuur die in de jaren tachtig schering en inslag was in bepaalde rijkswachtkazernes. Als het waar mocht zijn dat het Belgische gerecht met man en macht zoekt naar de opdrachtgevers van de Nijvelse terreur uit de jaren 1982, 1983 en 1985 dan moet het nu de Belgische Staatsveiligheid inschakelen om het dossier van de Mossad –waar Felix Przedborski inzage in had –in handen te krijgen. Moeilijk kan dat echt niet zijn als hiervoor bekwame diplomaten worden ingeschakeld.

Share

By

NA DRIE WEKEN ZOEKEN: NOTA’S ONTMOETING MET SLEUTELFIGUUR BENDE VAN NIJVEL EINDELIJK TERUGGEVONDEN

By Posted on 1 min read 5 views

November 16, 2017

Op 22 oktober plaatste ik op FB een artikel over de Bende van Nijvel dat in één week tijd door 265.835 personen heeft bereikt. Drie dagen later vulde ik het aan met een artikel over een ontmoeting met een afgevaardigde van de Pools-Belgische wapenhandelaar Felix Przedborski die ik eind 1995 in het Parlement had. Die kende verrassend veel details over de werkwijze van de Bende van Nijvel. Jammer genoeg kon ik de aantekeningen die ik in 1995 maakte nergens terugvinden en moest ik mij steunen op wat ik me ervan nog kon herinneren. Gisteren heb ik die aantekeningen gelukkig kunnen terugvinden. Ze lagen al 22 jaar bij een toenmalig lid van mijn partij (een partijtje). Bij de herontdekking van de nota’s bleek dat er nogal wat hiaten in mijn verslag zaten. Die zal ik in de komende weken in drie afleveringen aanvullen en corrigeren. Dus nog even geduld. Het wordt best spannend.

Share

By

DE DRIE REUZEN VAN DE BENDE VAN NIJVEL

By Posted on 8 min read 10 views

Mijn parlementair mandaat zat er bijna op toen in het najaar van 1995 een man die zich uitgaf voor Felix Przedborski mij opbelde dat hij mij onder vier ogen wilde spreken. Ik kende de man slechts uit een paar kwaliteitskranten. Over hem had ik in 1993 al een keer een korte persconferentie gegeven. Voorts had ik hem in mijn boek over de moord op André Cools (ook van 1993) vermeld. Alvorens in te gaan op een ontmoeting belde ik Walter De Bock van De Morgen op met de vraag wat meer hij over de genaamde F.P. wist. Walter waarschuwde mij dat het een gevaarlijk man was die het van wapen- en drugshandelaar geschopt had tot een gerespecteerd (?) diplomaat met een Belgisch en Costa-Ricaans paspoort (1), maar dat hij oorspronkelijk een Poolse Jood was die kind aan huis was bij onder meer Menachem Begin (toen Israëlitisch minister), Jean Gol (PRL), André Cools (PS), Konrad Adenauer (die hem uit de gevangenis loskreeg na een dubieuze nucleaire deal), Willy Claes, het Belgisch Koningshuis (vooral Albert & Alexander) enzovoort. Walter verwees mij naar een artikelenreeks die hij van 5 tot 7 juli van hetzelfde jaar in het dagblad De Morgen had gepubliceerd (2).

Een onderhoud onder vier ogen werd het niet, wel onder acht ogen, vermits hij een kleine week later mijn kantoor in de Wetstraat binnenviel met twee kleerkasten van body guards. Geen van de twee wisselde ook maar het geringste woord, maar één van de twee liet opvallend in zijn onopvallendheid zien dat hij een holster aan zijn broeksriem had hangen. Dat ze daarmee (gewapend!) het Huis van Afgevaardigden waren binnengeraakt moet ongetwijfeld te maken hebben gehad met zijn eindeloos netwerk aan persoonlijke relaties.

Of hij zich uitgaf voor Przedborski of voor diens gezant weet ik 22 jaar later niet meer. Wat ik wel weet is dat de man die me toen in de Wetstraat bezocht niet bepaald leek op de foto die ik jaren later van F.P. kon terugvinden. Mijn bezoeker – die ik verder in dit artikel F.P. zal blijven noemen – schatte ik een eind in de veertig (3). Het was een gedistingeerd heerschap in een duur ogend kostuum, inclusief zwart gilet, een lichtjes kalend heerschap dat zichzelf superieur waande aan iedereen, dat uitermate hautain was: iemand die als hij sprak – in vlekkeloos Frans – niet te stuiten was en dat deed met dezelfde air waarmee een generaal een bende rekruten toesprak. Ik werd door hem overladen met een ellenlange waslijst van namen, zoveel dat ik eerst achter mijn schildersezel ben gekropen om in mijn versuikerde kop eerst enige orde te kunnen scheppen en om mij de voornaamste weer voor de geest te kunnen halen. Aanleiding voor het gesprek was de moord op André Cools en het boek dat ik daarover twee jaar eerder – en veel te vroeg – had geschreven. Uit wat hij zei begreep ik onmiddellijk dat hij beter dan ikzelf wist wat er in het boek, verschenen in beide landstalen, wel stond en wat er niet stond.

Zeer snel bleek dat het gesprek over het Cools-boek maar een voorwendsel te zijn om tot een mondelinge deal te komen. F.P. wist blijkbaar dat ik eind 1994 en begin 1995 drie keer naar New York was gevlogen om achtergrondinformatie te verzamelen voor mijn boek "Belgisch uranium voor Amerikaanse en Russische atoombommen". (De opzoekingen voor het boek hebben nog geduurd tot 2010, en het werd pas in 2011 uitgegeven). Als ik hem alles vertelde wat ik wist over het uranium dat de Kortrijkzaan Edgar Sengier kort voor het uitbreken van de oorlog van Katanga naar een opslagplaats onder een brug in New York had verscheept en waarvan de Société Générale tijdens de oorlog ongeveer tien procent aan de vijand (Duitsland) had geleverd dan was hij bereid mij alles te vertellen wat hij met zekerheid wist over de Bende van Nijvel. Toen de troepen van Stalin Berlijn bevrijdden was maar 63 procent van het in Duitsland teruggevonden Belgisch uranium naar de Sovjet-Unie verscheept, maar 37 procent werd nooit teruggevonden. Hij wilde van mij absoluut weten waar die hoeveelheid uranium, die in 1979 nog werd gesignaleerd in Hongarije, gebleven was (vergeet niet: F.P. handelde in uranium, onder meer met Iran en China, en uranium van de kwaliteit als die van Union Minière en Sengier was nergens ter wereld nog te vinden).

Ik heb hem toen alles verteld wat ik erover wist en blijkbaar volstond dat om daarna zijn deel van de mondelinge deal na te leven.

Wat F.P. vertelde probeer ik als volgt samen te vatten. Hij begon met te zeggen dat de Bende van Nijvel kadert in een multinationaal netwerk van de stay-behind netwerken die in de nasleep van de Koude Oorlog door én de CIA én de NAVO werden opgezet. Bedoeling daarvan was dat het Westen geheime elite-eenheden klaarstoomde tegen een mogelijke invasie door de communisten uit de toenmalige Sovjet-Unie. Leden werden gevonden in extreemrechtse milieu's binnen het leger en de Rijkswacht (het fameuze Gladio-verhaal dus). Op het eind van de jaren 1970 bestond er een tendens om overal een pad te effenen voor een politieke extreemrechtse sterke man. Van die gedachte zou vooral de CIA begin 1980 zijn afgestapt: de klemtoon kwam meer en meer, weldra UITSLUITEND, te liggen op de vorming van anticommunistische geheime stoottroepen. Dat was een proces waarvan zelfs de hoogste politieke kringen volstrekt ONWETEND waren. Al diegenen die nu beweerden dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel moedwillig werd afgedekt door de hoogste politieke kringen zaten er volgens F.P. flagrant naast. Beste voorbeeld was dat zowel de veelvuldige ex-premier Wilfried Martens, als de minister van Defensie Guy Coeme, geheel uit de lucht vielen toen ze vernamen dat er ook in België een Gladio-netwerk bestond.

Verhalen als zouden Paul Vanden Boeynants, baron de Bonvoisin of het CEPIC (rechtervleugel van de PSC) er iets mee te maken hadden lachte F.P. doodgewoon weg. Erg geloofwaardig was dit niet. De aanvallen van de Bende waren duidelijk bedoeld om een klimaat van angst te laten ontstaan en angst is het meest probate middel om bij het publiek de roep naar de sterke man te laten ontstaan. Achter die tactiek schuilt duidelijk de signatuur van de CIA. In Midden- en Zuid-Amerika hadden ze eenzelfde werkwijze grondig uitgetest (denk aan Nicaragua, aan Pinochet in Chili, aan Videla in Argentinië).

Dat er ook gerekruteerd werd in milieu's van het grootbanditisme wilde hij zeker niet ontkennen, maar dat was het resultaat van zulke fantasten als gevangenisdirecteur Jean Bultot, rijkswachter Martial Lekeu en vervelende groepjes als WNP en Front de la Jeunesse die zich (door de CIA ongevraagd) in de Bende trachtten te infiltreren Daarbij rammelde F.P. een waslijst van namen af waarvan ik me met zekerheid herinner dat figuren als Dominique Salesse, Claude Nitelet, Philippe de Staerke, Johnny Mottry, Van Esbroeck, Jean-François Buslik werden vernoemd. Patrick Haemers was daar volgens F.P. zeker NIET bij. Ook niet de door zijn vrouw in 1991 vermoorde Claude Delperdange van wie privé detectieve André Rogge ooit beweerde dat hij de Reus van de Bende van Nijvel was. Geen van de door F.P. genoemden werd volgens hem ooit ingezet bij de paramilitaire operaties van de Bende.

De aanslagen zelf waren het werk van rijkswachters, vooral deze die deel uitmaakten van de Diane groep. Ook hier pakte hij uit met een resem namen van wie ik mij op zijn minst die van Christian Amory, Martial Lekeu, Alain Weykamp, Madani Bouhouche (BOB), en Christian Bonkofffski vrij precies herinner. Verrassend was dat hij Robert Beijer (BOB) NIET vermeldde: die was volgens de inlichtingen die hij had, bij geen enkele grote overval betrokken. Wel waren er minstens vier gangsters, gerekruteerd uit de milieu's van het grootbanditisme, bij overvallen ingeschakeld maar dan enkel als chauffeur (hij vernoemde Patrick Pilarski) of als reserve (hij had het over Sergio Papadopulos en over "le marin"). Hoe hij al die namen kende weigerde de vermeende Flex Przedborski te zeggen. De authentieke was in elk geval wapenhandelaar en sjacheraar in uranium, dit alles met een blanco strafregister.. Op mijn vraag wie van al die vernoemde namen dan uiteindelijk de reus van de bende was, pakte hij uit met de verrassing dat er drie reuzen waren.

Zo was er de Smalle die F.P. steevast "le Soûlard" noemde, een zuipschuit die duidelijk gefrustreerd was dat ze hem uit de groep Diane hadden gezet. Bij bepaalde aanslagen was hij zo zat dat ze hem dienden te vervangen door een kleerkast van meer dan een dubbele meter. Als concreet voorbeeld citeerde F.P. de overval op de Colruyt waar Sergio Papadopulos (die mankt) de ladderzatte Bonkoffski moest vervangen. En voorts hielden ze nog steeds gelegenheidschauffeur Pilarski achter de hand voor het geval Bonkoffski weer eens te zat was en Papadopulos onbeschikbaar was. Op mijn vraag of het gerecht daarvan op de hoogte was beperkte F.P. zich ertoe dat Veronique Ancia, die het onderzoek leidde in de moord op Cools, goed en wel op de hoogte was gebracht.

Als ik vroeg wie allemaal het onderzoek al minstens tien jaar lang saboteerde of manipuleerde antwoordde F.P. kort en eerder nukkig dat onderzoeken naar al dan niet gewezen rijkswachters werden tegengehouden door de Rijkswacht zelf, door de ondervragende BOB'ers en door de Staatsveiligheid. Voor de rest zorgen insiders voor zoveel moedwillige dwaalpistes dat verdere manipulatie nog nergens voor nodig was: het onderzoek was zo'n kluwen dat het zichzelf kelderde. Als F.P. het over insiders had missprak hij zich heel even, had hij het gedurende een fractie van een seconde over "Nous", maar corrigeerde hij dat onmiddellijk daarna in "Ils"'. Merkwaardig.

Tijdens het weekend volgt nog een Naschrift. In elk geval kenden "Nous" of "Ils" al in 1995 een waslijst van details die de onderzoekers ook nog in de daarop volgende 22 jaar voor het grote publiek geheim hielden.

___________________________
(1) Felix Przedborski woonde met zijn gezin sinds 1978 officieel in Costa-Rica maar had ook verblijfsadressen in Orlando (VS) en in Monaco.
(2) Op 29 december 1995 dienden Felix Przedborski, zijn echtgenote en hun twee zonen klacht in tegen Walter de Bock, Yves Desmet en het dagblad De Morgen waarbij ze in totaal 17 miljoen frank schadevergoeding eisten. Op 5 januari 1999 veroordeelde de 20ste Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel Walter de Bock tot een schadevergoeding van 500.000 frank.
(3) Felix Przedborski is geboren op 12 december 1930 in Zgierz in Polen en was op het ogenblik van het bezoek in de Wetstraat 65 jaar. De man die ik ontmoette, die zich voor F.P. uitgaf, zag er opmerkelijk jonger uit. Anderzijds had hij het over zijn twee zonen, Daniel die advocaat was en Serge die geneeskunde studeerde. En Daniel P. en Serge P. zijn inderdaad de twee zonen van F.P. Ook had hij het over "mon épouse Hélène" en Felix Przedborski was effectief getrouwd met ene Hélène Krygier. Maar wie die nooit gescheiden was spreekt over zijn echtgenote en voegt daar in één adem haar voornaam aan toe? Was dit niet al te opvallend? Trouwens moet eenieder die het Huis van Afgevaardigden in de Wetstraat bezoekt bij de inkom zijn identiteit opgeven. Die wordt genoteerd in een bijgehouden register. Uit navraag daags na het bezoek van F.P. bleek er die dag rond 14 uur géén Felix Przedborski zich onder die naam te hebben aangemeld.

Share

By

BENDE VAN NIJVEL: NAAR EEN GELOOFWAARDIG EINDE VAN BELGIË-MAFFIASTAAT

By Posted on 3 min read 2 views

Het liep al naar het einde van de legislatuur in 1995 als ik in de Wetstraat het bezoek kreeg van een duister figuur. Felix Przedborski was de naam. Na ingewonnen inlichtingen bij de onevenaarbare onderzoeksjournalist Walter De Bock (helaas overleden in 2007) vernam ik dat het om een gefortuneerde tot Belg genaturaliseerde Pool ging, een gangster die het tot internationaal diplomaat had geschopt. Hij had mijn boek "Qui a assasiné André Cools" gelezen en vertelde mij - wat achteraf waar bleek te zijn - dat de moord door mij ten onrechte werd verbonden met het helicopter-dossier en met de "nébuleuse André Cools". Tijdens het gesprek dat ongeveer een uur duurde vertelde hij mij dat er niet één, wel drie reuzen van de Bende van Nijvel waren geweest en dat ze alle drie deel hadden uitgemaakt van de rijkswachtsgroep Diane. Eén van die drie - volgens hem een kleine garnaal, een klusjesman in de terreurgroep - was Chris Bonkoffsky (C.B.) uit Dendermonde.

Toen ik hem vroeg of het gerecht daarvan op de hoogte was bevestigde hij mij dat hij de drie namen had doorgespeeld aan onderzoeksrechter Ancia uit Luik die toen het onderzoek in de moord op Cools leidde. Als dat waar was dan zat de naam van C.B. al minstens sedert 1995 in een gerechtelijk dossier. Drie jaar later, in 1998, duikt de naam nogmaals op in de gerechtelijke dossiers als een jeugdvriend van C.B. vertelt dat hij n°19 duidelijk heeft herkend. Dat er minstens tot zijn dood in 2015 niets met de naam C.B. werd gedaan - blijkbaar ook niets met de twee andere namen - valt moeilijk te geloven. Ofwel zijn de onderzoekers in het Bende dossier compleet onbekwaam, ofwel kregen ze instructies van hoger hand niets met de namen te doen.

Wie eindelijk klaarheid wenst in de hele zaak rond de Bende van Nijvel moet eindelijk maar eens stoppen met dromen. Er moet DRINGEND een onderzoek komen naar het onderzoek. Maar in een zaak waar gewezen politici van vrijwel alle partijen boter op het hoofd hebben, waar rechters gechanteerd werden, waar een Staat die zijn eigen burgers liet vermoorden zelf een onderzoek naar het onderzoek zou voeren, helpen geen parlementaire commissies of geen Belgische gerechtelijke onderzoeken. Het gaat hier noch min noch meer om een reeks misdaden tegen de mensheid, gepleegd tussen 1982 en 1985. En is dit niet een materie die we best overlaten aan het Internationaal Strafhof in Den Haag, ver weg van de maffiastaat die België blijft zolang er geen klaarheid wordt geschapen.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag lijkt mij zowat de enige uitweg te zijn om ooit klaarheid te verwerven in het goed georkestreerde geklungel dat ontstond nadat we onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek uit handen namen en het overhevelden naar Wallonië. Een onderzoek naar het onderzoek moet een exclusiviteit worden van onbevooroordeelde professionele magistraten die zich realiseren dat het landje België alle ingrediënten bevat van een heuse MAFFIASTAAT waar uiteindelijk NIEMAND nog te vertrouwen valt.

NOTA: mijn artikel over de Bende van Nijvel dat ik gisteren publiceerde op mijn publieke FB pagina bereikte in 24 uren tijd al 132.796 mensen (om 10h38). Ik ben er zelf van geschrokken maar het bevestigt wel dat mensen absoluut willen weten hoe het zover is kunnen komen.
 

Share

By

202.156 MENSEN BEREIKT IN 40 UUR MET BENDE TWEET

By Posted on 3 min read 2 views

Natuurlijk willen mensen 32 jaar na de feiten meer dan ooit weten welke perverte smeerlappen onder politici, rijkswachters, rechters en onderzoekers België als maffiastaat overeind zijn blijven houden. Het wordt tijd dat mensen met kloten aan hun lijf met een geheel nieuwe partij opkomen - een partij die niet rust voor de waarheid naar boven komt. Stuur mij een dozijn onderzoeksjournalisten van het kaliber van wijlen Walter de Bock en ik zet er mijn schouders onder. En ja ik ben een klootzak, maar dan wel een interessante klootzak die nergens bang voor is.

PS. Ondertussen zijn het er al meer dan 248.000 geworden.
 

Share

By