DE DRIE REUZEN VAN DE BENDE VAN NIJVEL

Mijn parlementair mandaat zat er bijna op toen in het najaar van 1995 een man die zich uitgaf voor Felix Przedborski mij opbelde dat hij mij onder vier ogen wilde spreken. Ik kende de man slechts uit een paar kwaliteitskranten. Over hem had ik in 1993 al een keer een korte persconferentie gegeven. Voorts had ik hem in mijn boek over de moord op André Cools (ook van 1993) vermeld. Alvorens in te gaan op een ontmoeting belde ik Walter De Bock van De Morgen op met de vraag wat meer hij over de genaamde F.P. wist. Walter waarschuwde mij dat het een gevaarlijk man was die het van wapen- en drugshandelaar geschopt had tot een gerespecteerd (?) diplomaat met een Belgisch en Costa-Ricaans paspoort (1), maar dat hij oorspronkelijk een Poolse Jood was die kind aan huis was bij onder meer Menachem Begin (toen Israëlitisch minister), Jean Gol (PRL), André Cools (PS), Konrad Adenauer (die hem uit de gevangenis loskreeg na een dubieuze nucleaire deal), Willy Claes, het Belgisch Koningshuis (vooral Albert & Alexander) enzovoort. Walter verwees mij naar een artikelenreeks die hij van 5 tot 7 juli van hetzelfde jaar in het dagblad De Morgen had gepubliceerd (2).

Een onderhoud onder vier ogen werd het niet, wel onder acht ogen, vermits hij een kleine week later mijn kantoor in de Wetstraat binnenviel met twee kleerkasten van body guards. Geen van de twee wisselde ook maar het geringste woord, maar één van de twee liet opvallend in zijn onopvallendheid zien dat hij een holster aan zijn broeksriem had hangen. Dat ze daarmee (gewapend!) het Huis van Afgevaardigden waren binnengeraakt moet ongetwijfeld te maken hebben gehad met zijn eindeloos netwerk aan persoonlijke relaties.

Of hij zich uitgaf voor Przedborski of voor diens gezant weet ik 22 jaar later niet meer. Wat ik wel weet is dat de man die me toen in de Wetstraat bezocht niet bepaald leek op de foto die ik jaren later van F.P. kon terugvinden. Mijn bezoeker – die ik verder in dit artikel F.P. zal blijven noemen – schatte ik een eind in de veertig (3). Het was een gedistingeerd heerschap in een duur ogend kostuum, inclusief zwart gilet, een lichtjes kalend heerschap dat zichzelf superieur waande aan iedereen, dat uitermate hautain was: iemand die als hij sprak – in vlekkeloos Frans – niet te stuiten was en dat deed met dezelfde air waarmee een generaal een bende rekruten toesprak. Ik werd door hem overladen met een ellenlange waslijst van namen, zoveel dat ik eerst achter mijn schildersezel ben gekropen om in mijn versuikerde kop eerst enige orde te kunnen scheppen en om mij de voornaamste weer voor de geest te kunnen halen. Aanleiding voor het gesprek was de moord op André Cools en het boek dat ik daarover twee jaar eerder – en veel te vroeg – had geschreven. Uit wat hij zei begreep ik onmiddellijk dat hij beter dan ikzelf wist wat er in het boek, verschenen in beide landstalen, wel stond en wat er niet stond.

Zeer snel bleek dat het gesprek over het Cools-boek maar een voorwendsel te zijn om tot een mondelinge deal te komen. F.P. wist blijkbaar dat ik eind 1994 en begin 1995 drie keer naar New York was gevlogen om achtergrondinformatie te verzamelen voor mijn boek "Belgisch uranium voor Amerikaanse en Russische atoombommen". (De opzoekingen voor het boek hebben nog geduurd tot 2010, en het werd pas in 2011 uitgegeven). Als ik hem alles vertelde wat ik wist over het uranium dat de Kortrijkzaan Edgar Sengier kort voor het uitbreken van de oorlog van Katanga naar een opslagplaats onder een brug in New York had verscheept en waarvan de Société Générale tijdens de oorlog ongeveer tien procent aan de vijand (Duitsland) had geleverd dan was hij bereid mij alles te vertellen wat hij met zekerheid wist over de Bende van Nijvel. Toen de troepen van Stalin Berlijn bevrijdden was maar 63 procent van het in Duitsland teruggevonden Belgisch uranium naar de Sovjet-Unie verscheept, maar 37 procent werd nooit teruggevonden. Hij wilde van mij absoluut weten waar die hoeveelheid uranium, die in 1979 nog werd gesignaleerd in Hongarije, gebleven was (vergeet niet: F.P. handelde in uranium, onder meer met Iran en China, en uranium van de kwaliteit als die van Union Minière en Sengier was nergens ter wereld nog te vinden).

Ik heb hem toen alles verteld wat ik erover wist en blijkbaar volstond dat om daarna zijn deel van de mondelinge deal na te leven.

Wat F.P. vertelde probeer ik als volgt samen te vatten. Hij begon met te zeggen dat de Bende van Nijvel kadert in een multinationaal netwerk van de stay-behind netwerken die in de nasleep van de Koude Oorlog door én de CIA én de NAVO werden opgezet. Bedoeling daarvan was dat het Westen geheime elite-eenheden klaarstoomde tegen een mogelijke invasie door de communisten uit de toenmalige Sovjet-Unie. Leden werden gevonden in extreemrechtse milieu's binnen het leger en de Rijkswacht (het fameuze Gladio-verhaal dus). Op het eind van de jaren 1970 bestond er een tendens om overal een pad te effenen voor een politieke extreemrechtse sterke man. Van die gedachte zou vooral de CIA begin 1980 zijn afgestapt: de klemtoon kwam meer en meer, weldra UITSLUITEND, te liggen op de vorming van anticommunistische geheime stoottroepen. Dat was een proces waarvan zelfs de hoogste politieke kringen volstrekt ONWETEND waren. Al diegenen die nu beweerden dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel moedwillig werd afgedekt door de hoogste politieke kringen zaten er volgens F.P. flagrant naast. Beste voorbeeld was dat zowel de veelvuldige ex-premier Wilfried Martens, als de minister van Defensie Guy Coeme, geheel uit de lucht vielen toen ze vernamen dat er ook in België een Gladio-netwerk bestond.

Verhalen als zouden Paul Vanden Boeynants, baron de Bonvoisin of het CEPIC (rechtervleugel van de PSC) er iets mee te maken hadden lachte F.P. doodgewoon weg. Erg geloofwaardig was dit niet. De aanvallen van de Bende waren duidelijk bedoeld om een klimaat van angst te laten ontstaan en angst is het meest probate middel om bij het publiek de roep naar de sterke man te laten ontstaan. Achter die tactiek schuilt duidelijk de signatuur van de CIA. In Midden- en Zuid-Amerika hadden ze eenzelfde werkwijze grondig uitgetest (denk aan Nicaragua, aan Pinochet in Chili, aan Videla in Argentinië).

Dat er ook gerekruteerd werd in milieu's van het grootbanditisme wilde hij zeker niet ontkennen, maar dat was het resultaat van zulke fantasten als gevangenisdirecteur Jean Bultot, rijkswachter Martial Lekeu en vervelende groepjes als WNP en Front de la Jeunesse die zich (door de CIA ongevraagd) in de Bende trachtten te infiltreren Daarbij rammelde F.P. een waslijst van namen af waarvan ik me met zekerheid herinner dat figuren als Dominique Salesse, Claude Nitelet, Philippe de Staerke, Johnny Mottry, Van Esbroeck, Jean-François Buslik werden vernoemd. Patrick Haemers was daar volgens F.P. zeker NIET bij. Ook niet de door zijn vrouw in 1991 vermoorde Claude Delperdange van wie privé detectieve André Rogge ooit beweerde dat hij de Reus van de Bende van Nijvel was. Geen van de door F.P. genoemden werd volgens hem ooit ingezet bij de paramilitaire operaties van de Bende.

De aanslagen zelf waren het werk van rijkswachters, vooral deze die deel uitmaakten van de Diane groep. Ook hier pakte hij uit met een resem namen van wie ik mij op zijn minst die van Christian Amory, Martial Lekeu, Alain Weykamp, Madani Bouhouche (BOB), en Christian Bonkofffski vrij precies herinner. Verrassend was dat hij Robert Beijer (BOB) NIET vermeldde: die was volgens de inlichtingen die hij had, bij geen enkele grote overval betrokken. Wel waren er minstens vier gangsters, gerekruteerd uit de milieu's van het grootbanditisme, bij overvallen ingeschakeld maar dan enkel als chauffeur (hij vernoemde Patrick Pilarski) of als reserve (hij had het over Sergio Papadopulos en over "le marin"). Hoe hij al die namen kende weigerde de vermeende Flex Przedborski te zeggen. De authentieke was in elk geval wapenhandelaar en sjacheraar in uranium, dit alles met een blanco strafregister.. Op mijn vraag wie van al die vernoemde namen dan uiteindelijk de reus van de bende was, pakte hij uit met de verrassing dat er drie reuzen waren.

Zo was er de Smalle die F.P. steevast "le Soûlard" noemde, een zuipschuit die duidelijk gefrustreerd was dat ze hem uit de groep Diane hadden gezet. Bij bepaalde aanslagen was hij zo zat dat ze hem dienden te vervangen door een kleerkast van meer dan een dubbele meter. Als concreet voorbeeld citeerde F.P. de overval op de Colruyt waar Sergio Papadopulos (die mankt) de ladderzatte Bonkoffski moest vervangen. En voorts hielden ze nog steeds gelegenheidschauffeur Pilarski achter de hand voor het geval Bonkoffski weer eens te zat was en Papadopulos onbeschikbaar was. Op mijn vraag of het gerecht daarvan op de hoogte was beperkte F.P. zich ertoe dat Veronique Ancia, die het onderzoek leidde in de moord op Cools, goed en wel op de hoogte was gebracht.

Als ik vroeg wie allemaal het onderzoek al minstens tien jaar lang saboteerde of manipuleerde antwoordde F.P. kort en eerder nukkig dat onderzoeken naar al dan niet gewezen rijkswachters werden tegengehouden door de Rijkswacht zelf, door de ondervragende BOB'ers en door de Staatsveiligheid. Voor de rest zorgen insiders voor zoveel moedwillige dwaalpistes dat verdere manipulatie nog nergens voor nodig was: het onderzoek was zo'n kluwen dat het zichzelf kelderde. Als F.P. het over insiders had missprak hij zich heel even, had hij het gedurende een fractie van een seconde over "Nous", maar corrigeerde hij dat onmiddellijk daarna in "Ils"'. Merkwaardig.

Tijdens het weekend volgt nog een Naschrift. In elk geval kenden "Nous" of "Ils" al in 1995 een waslijst van details die de onderzoekers ook nog in de daarop volgende 22 jaar voor het grote publiek geheim hielden.

___________________________
(1) Felix Przedborski woonde met zijn gezin sinds 1978 officieel in Costa-Rica maar had ook verblijfsadressen in Orlando (VS) en in Monaco.
(2) Op 29 december 1995 dienden Felix Przedborski, zijn echtgenote en hun twee zonen klacht in tegen Walter de Bock, Yves Desmet en het dagblad De Morgen waarbij ze in totaal 17 miljoen frank schadevergoeding eisten. Op 5 januari 1999 veroordeelde de 20ste Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel Walter de Bock tot een schadevergoeding van 500.000 frank.
(3) Felix Przedborski is geboren op 12 december 1930 in Zgierz in Polen en was op het ogenblik van het bezoek in de Wetstraat 65 jaar. De man die ik ontmoette, die zich voor F.P. uitgaf, zag er opmerkelijk jonger uit. Anderzijds had hij het over zijn twee zonen, Daniel die advocaat was en Serge die geneeskunde studeerde. En Daniel P. en Serge P. zijn inderdaad de twee zonen van F.P. Ook had hij het over "mon épouse Hélène" en Felix Przedborski was effectief getrouwd met ene Hélène Krygier. Maar wie die nooit gescheiden was spreekt over zijn echtgenote en voegt daar in één adem haar voornaam aan toe? Was dit niet al te opvallend? Trouwens moet eenieder die het Huis van Afgevaardigden in de Wetstraat bezoekt bij de inkom zijn identiteit opgeven. Die wordt genoteerd in een bijgehouden register. Uit navraag daags na het bezoek van F.P. bleek er die dag rond 14 uur géén Felix Przedborski zich onder die naam te hebben aangemeld.

11

BENDE VAN NIJVEL: NAAR EEN GELOOFWAARDIG EINDE VAN BELGIË-MAFFIASTAAT

Het liep al naar het einde van de legislatuur in 1995 als ik in de Wetstraat het bezoek kreeg van een duister figuur. Felix Przedborski was de naam. Na ingewonnen inlichtingen bij de onevenaarbare onderzoeksjournalist Walter De Bock (helaas overleden in 2007) vernam ik dat het om een gefortuneerde tot Belg genaturaliseerde Pool ging, een gangster die het tot internationaal diplomaat had geschopt. Hij had mijn boek "Qui a assasiné André Cools" gelezen en vertelde mij - wat achteraf waar bleek te zijn - dat de moord door mij ten onrechte werd verbonden met het helicopter-dossier en met de "nébuleuse André Cools". Tijdens het gesprek dat ongeveer een uur duurde vertelde hij mij dat er niet één, wel drie reuzen van de Bende van Nijvel waren geweest en dat ze alle drie deel hadden uitgemaakt van de rijkswachtsgroep Diane. Eén van die drie - volgens hem een kleine garnaal, een klusjesman in de terreurgroep - was Chris Bonkoffsky (C.B.) uit Dendermonde.

Toen ik hem vroeg of het gerecht daarvan op de hoogte was bevestigde hij mij dat hij de drie namen had doorgespeeld aan onderzoeksrechter Ancia uit Luik die toen het onderzoek in de moord op Cools leidde. Als dat waar was dan zat de naam van C.B. al minstens sedert 1995 in een gerechtelijk dossier. Drie jaar later, in 1998, duikt de naam nogmaals op in de gerechtelijke dossiers als een jeugdvriend van C.B. vertelt dat hij n°19 duidelijk heeft herkend. Dat er minstens tot zijn dood in 2015 niets met de naam C.B. werd gedaan - blijkbaar ook niets met de twee andere namen - valt moeilijk te geloven. Ofwel zijn de onderzoekers in het Bende dossier compleet onbekwaam, ofwel kregen ze instructies van hoger hand niets met de namen te doen.

Wie eindelijk klaarheid wenst in de hele zaak rond de Bende van Nijvel moet eindelijk maar eens stoppen met dromen. Er moet DRINGEND een onderzoek komen naar het onderzoek. Maar in een zaak waar gewezen politici van vrijwel alle partijen boter op het hoofd hebben, waar rechters gechanteerd werden, waar een Staat die zijn eigen burgers liet vermoorden zelf een onderzoek naar het onderzoek zou voeren, helpen geen parlementaire commissies of geen Belgische gerechtelijke onderzoeken. Het gaat hier noch min noch meer om een reeks misdaden tegen de mensheid, gepleegd tussen 1982 en 1985. En is dit niet een materie die we best overlaten aan het Internationaal Strafhof in Den Haag, ver weg van de maffiastaat die België blijft zolang er geen klaarheid wordt geschapen.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag lijkt mij zowat de enige uitweg te zijn om ooit klaarheid te verwerven in het goed georkestreerde geklungel dat ontstond nadat we onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek uit handen namen en het overhevelden naar Wallonië. Een onderzoek naar het onderzoek moet een exclusiviteit worden van onbevooroordeelde professionele magistraten die zich realiseren dat het landje België alle ingrediënten bevat van een heuse MAFFIASTAAT waar uiteindelijk NIEMAND nog te vertrouwen valt.

NOTA: mijn artikel over de Bende van Nijvel dat ik gisteren publiceerde op mijn publieke FB pagina bereikte in 24 uren tijd al 132.796 mensen (om 10h38). Ik ben er zelf van geschrokken maar het bevestigt wel dat mensen absoluut willen weten hoe het zover is kunnen komen.
 

1

202.156 MENSEN BEREIKT IN 40 UUR MET BENDE TWEET

Natuurlijk willen mensen 32 jaar na de feiten meer dan ooit weten welke perverte smeerlappen onder politici, rijkswachters, rechters en onderzoekers België als maffiastaat overeind zijn blijven houden. Het wordt tijd dat mensen met kloten aan hun lijf met een geheel nieuwe partij opkomen - een partij die niet rust voor de waarheid naar boven komt. Stuur mij een dozijn onderzoeksjournalisten van het kaliber van wijlen Walter de Bock en ik zet er mijn schouders onder. En ja ik ben een klootzak, maar dan wel een interessante klootzak die nergens bang voor is.

PS. Ondertussen zijn het er al meer dan 248.000 geworden.
 

0

BENDE VAN NIJVEL: EEN STAAT IN STAAT VAN ONTBINDING

Minder dan een week nadat advocaat Jef Vermassen zich in een "flip of the tongue" liet ontglippen weet te hebben wie achter de Bende van Nijvel zat gebeuren er rare dingen in het land. Zo overlijdt Brice de Ruyver – ooit grondlegger van de politiehervorming – eensklaps op 62-jarige leeftijd en duurt het een volle dag alvorens de doodoorzaak wordt meegedeeld: hartaderbreuk. En weer twee dagen later bevestigt het Luikse parket dat er vermoedens zijn dat men plots weet wie persoon nr 19 is die jaren op de affiche van de verdachten van de Bende van Nijvel heeft gestaan. Verre van doodgewoon zijn naam publiek te maken wordt die verzwegen, krijgt het volk enkel zijn initialen te horen. En wie er de Waalse kranten on line erop naslaat merkt dat het in Wallonië slechts tweederangsnieuws is: Le Soir, La Dernière Heure et La Meuse beperken zich tot een piepklein artikeltje; La Libre zwijgt in alle talen. En opeens begint een bepaalde pers zich vragen te stellen bij de moord (nekschot) op rijkswachter Peter De Vleeschauwer: werd hij eigenlijk wel vermoord door de hormonenmaffia of veeleer omdat hij te veel wist over de betrokkenheid van de Diane rijkswachtsgroep bij de raids van de Bende van Nijvel waarbij tussen 1982 en 1985 liefst 28 doden vielen?

Aanvankelijk werd nog gedacht dat géén de militair opgeleide rijkswachters van de Dianegroep zo laag gezonken kon zijn dat hij in warenhuizen in koelen bloede onschuldige kinderen zouden hebben afgeschoten. Onderzoekers waren ervan overtuigd dat de Staatsveligheid – die de aanslagen coördineerde en toedekte – dit karwei had overgelaten aan krapuul (stijl Patrick Haemers), maar spoedig bleek dat dit niet het geval was, dat in het meest corrupte van alle Europese Staten, de Staat zelf onschuldige kinderen afschoot om het pad naar de sterke man en de dictatuur te effenen. Want dat was uiteindelijk de bedoeling van een Staat in staat van ontbinding. Al in 1989 schreef ik er een gelijknamige roman over: lees er die maar nog eens op na. Opdrachtgevers moesten gezocht worden in de rechtse vleugel van de toenmalige PSC, de Waalse en Brusselse zusterpartij van de toenmalige CVP.

Nog in 1989 was ik goed geplaatst om het Bendedossier zo goed als mogelijk op te volgen. Mijn eigen advocaat Peter Callebaut uit het Aalsterse was immers raadsman van meerdere bendeslachtoffers maar had helaas geen inzage in de dossiers van onderzoeksrechter Troch. Die had ondertussen in het kanaal Brussel-Charleroi een deel van de wapens teruggevonden die bij de overvallen van de Bende werden gebruikt. Eind 1991 werd ik dan samen met Jan Decorte, Louis Standaert en Willy Goossens met 200.000 stemmen in het Parlement verkozen. Vier dagen voor de verkiezingen werd ik aangehouden en ik moest wachten tot 5 januari 1992 alvorens ik uit de gevangenis werd vrijgelaten. Al vanaf de eerste dagen dat ik in de Wetstraat kon werken werden de lokalen van Standaert en mezelf overspoeld met de meest fantasierijke verhalen (stijl Regina Louf) over de Bende. Van die honderden verhalen opgedist door allerlei klojo's sprongen er wel twee onmiddellijk in het oog. Zo vonden we de misleide garagist terug die ter goeder trouw schietstanden had gelast op de VW Golfs die bij de overvallen, in militaire commandostijl, op het chassis waren gelast. Zelf wist hij niet beter dan dat het een opdracht van het Belgisch leger was. En voorts was er die zonderlinge Waalse barones – Louis Standaert en onze parlementaire medewerkers Gerard Cludts en Arnaud Franssen herinneren zich allicht de naam nog – die heel precies kwam vertellen (met talrijke foto's als bewijs) dat de VW Golfs die bij de overvallen van de Bende werden gebruikt, inmiddels geheel gedementeerd, verborgen lagen in een Waalse grot.

Meteen beseften we waarom Freddy Troch in 1991 (na bijna tien jaar voortreffelijk onderzoek tussen 1982 en 1991) als onderzoeksrechter van het dossier was gehaald. Dat ging gemakkelijk want hij was van CVP signatuur en de CVP, die toen nog erg close was met haar zusterpartij, de PSC, wilde niet worden meegesleurd in het stinkende badwater waarin de PSC was beland. Toedekken die beerput was het devies. Het dossier verhuisde dus naar Wallonië waar allerlei politici van erg rechtse signatuur al deden wat ze konden om de vis te versmoren en het deksel op de beerput te laten. In hoeverre dat het geval was zagen we met eigen ogen. We hadden de foto's van de gedemonteerde overvalwagens van de Bende, het adres van de grot waar ze opgeslagen lagen en de naam van de garagist die de schietstanden had gemonteerd prompt meegedeeld aan de Waalse opvolger van Troch. Maar in plaats van prompt te gaan kijken hield die zich liever bezig met het rookgordijn rond Regina Louf en alle verwante nonsens. Het heeft acht maanden geduurd alvorens de onderzoekers in de grot gingen kijken. En natuurlijk vonden ze er niets. Onze telefoon in het Parlement werd immers continu afgeluisterd. Ten bewijze liet ik één van lijn medewerkers een neptelefoontje geven dat we wapens van de Bende hadden gevonden en dat we die in een café in Nijvel zouden overhandigen aan een privé detective. Buiten mijn medewerker en ikzelf wist absoluut niemand om welk café het ging en dat de afspraak om 18h05 was. Maar om 18h05 werd mijn medewerker wel opgepakt met onder zijn arm … een dik pak oude gazetten.

Is er nu zaterdag een doorbraak geforceerd in het dossier van de Bende van Nijvel? Komt Justitie een beetje lachen, ja? Na de "slip of the tongue" werd advocaat Vermassen onder druk gezet door collega Callebaut, dat als hij namen kende hij die moest meedelen. Meteen paniek bij het corrupte Staatsapparaat dat nu wel minstens één naam moest prijsgeven. Dus waarom niet één (1) van de inmiddels sinds minstens een kwarteeuw bekende namen prijsgeven? Dus dan maar die van een aan lager wal geraakte rijkswachter die, om de klucht helemaal rond te maken, ooit ondervoorzitter van een carnavalsvereniging was. Een naam die geen kwaad kon, want de sukkel was toch al twee jaar dood. Ondertussen weet de halve Wetstraat hoe de vork aan de steel zit maar worden de 28 koelbloedige moorden zorgvuldig toegedekt door Justitie en Staatsveiligheid. Het volk mag niet weten waarom een Staat in staat van ontbinding 28 van zijn burgers in volkomen straffeloosheid mag afknallen. Waarop wacht minister Geens om eindelijk eens zijn bek te openen? Of kan dat niet omdat hij beducht is dat de goegemeente zijn slechte adem zal ruiken?


Chris Bonkoffsky (derde van links), gecondoleerd door de top van de Rijkswacht bij zijn overlijden op 14 mei 2015. Zelfs zijn naam hielden de media achter. Waarom? Al in 1999 had iemand hem herkend op de foto's die de Waalse recherche verspreidde. Maar men vond het wijselijker te wachten tot hij dood was om er iets mee te doen. Stel je voor dat ze hem toen al hadden moeten aanhouden! Zoiets doet men toch niet, a fortiori niet in een Staat in staat van ontbinding. Toen ik op 5 januari 1992 uit de gevangenis van Vorst werd vrijgelaten om in het Parlement de eed af te leggen zei ik tegen de pers: "Hierbinnen heb ik massa's gangsters gezien, maar straks in de Wetstraat ontmoet ik een paar van de echte gangsters, die met jas en das die beletten dat de seriemoordenaars van de Bende van Nijvel en hun opdrachtgevers eindelijk worden aangehouden." Sindsdien is Justitie niet gestopt mij te kloten.


Wij waren de ENIGE partij in het Parlement die vragen DURFDE te stellen over de Bende van Nijvel. We hadden plannen om een twintigtal progressieve juristen en criminologen als parlementair medewerker aan te werven. Maar omdat de Staatsveiligheid al wat we deden controleerde kregen we nog in de eerste weken dat we in het Parlement zaten alle politieke partijen (behalve de Waalse sossen en het Vlaams Blok) op ons dak die gezamenlijk beslisten dat ons alle parlementaire subsidies werden afgenomen. Zoiets is nooit eerder of later met een andere partij gebeurd. Gevolg: wij hadden geen centen om de 20 medewerkers aan te werven en we moesten ons onderzoek staken. Voorts stookten de loopjongens van de Staatsveiligheid continu ruzie tussen de kliek Louis Standaert (verkozen met … 72 stemmen) en mezelf. Ze schoven Standaert de financieel erg bemiddelde Roland Duchatelet in de wielen, dus stopte Lowietje van de Bootjes, nog vragen te stellen over de Bende. Op de duur vond hij het tijdverlies dat we ons daar nog langer mee bezig hielden. Bij de verkiezingen van 1995 kwam hij met zijn kliek en met de miljoenen van Duchatelet met de scheurlijst Banaan op (en zelfs dan hadden ze minder stemmen dan Jan Decorte en ik): Lowietje en zijn financier Duchatelet hadden immers het charisma van een uitgewrongen dweil.​

Rechts bovenaan (met piratenhoed): rijkswachter Chris Bonkoffsky, sinds 25 jaar bekend als één van de drie reuzen van de Bende van Nijvel​

2