Economie

BRITTEN VERLATEN DE EU – STERKE BEURSSCHOMMELINGEN

Posted on 2 min read 166 views

De Britse premier David Cameron, die ondertussen al ontslag heeft genomen, gaat straks de geschiedenis in als de kinkel die pokerde en verloor. De voorstanders van een brexit met een aantal racisten als voortrekkers (stijl Nigel Farage en Boris oh nson) hebben hun slag thuisgehaad waardoor het Verenigd Koninkrijk nooit nog kan terugkeren in de EU. De leuze "Storm is raging over het Channel, the continent is isoltated" heeft het gehaald. Het fiere Albion is teruggekeerd. Dat de Briiten Europa de rug toekeerden is al bij al verstaanbaar. De EU is een grijs en onaantrekkelijk Europa gedomineerd door bureaucraten en gekenmerkt door een groot democratisch deficit. Maar win werkelijkheid stemden de Britten over een heel ander pijnpunt, over de vreemdelingenkwestie. Misleid door alle leugens die de leavers schaamteloos voor waarheid verzwendelden.


Het grootste nadeel van de exit is dat Europa nu niet langer nog kan dromen van een sterk Europees leger dan zich bewapent met Europese tuigen i.p.v. Amerikaanse, en dat het nu nog meer vastzit aan de Verenigde Staten voor zijn veiligheid. En als daar Donald Trump de presidentsverkiezingen wint dan wordt de wereld waarin wij leven op slag een flink stuk gevaarlijker dan die nu, met de islamfundamentalisten, al is.Ondertussen staan in het grijze Europa al andere racisten klaar – bijvoorbeeld Geert Wilders – om een exit uit Europa te eisen.


De beurzen kleuren ondertussen bloedrood. Het Britse pond verloor 16 procent van zijn waarde. Wie à la baisse speculeerde op het pond heeft zijn inleg forst zien stijgen. Een oud klant van mij belde me zopas nog op dat hij 2,5 miljoen euro play money geriskeerd heeft en dat dit er nu 20,4 miljoen zijn geworden.

Share

By

VOOR STUDENTEN

Posted on 1 min read 148 views

Last met de berekeningen voor je thesis? Ik kan je daarbij helpen. Mail naar politiek2@gmail.com. Formuleer altijd eerst je werkhypotheses. Verzamel daarna de cijfers die je nodig hebt om je werkhypotheses te toetsen.

Share

By

TEKST VAN MIJN CRISISBOEK IS VERKRIJGBAAR.

Posted on 1 min read 143 views

Ik heb er meer dan 6000 uren op gewroet maar geen enkele uitgever wil het uitgeven onder het voorwendsel dat het te dik en te moeilijk is. Omdat ik niet wil dat de tekst verloren gaat voor het nageslacht verkoop ik 100 genummerde exemplaren in PDF versie tegen 49,50 euro te storten op BE73 7340 3806 7960. Laat weten als je geïnteresseerd bent.

Share

By

LEIDT DE HUIDIGE CHINESE BEURSCRISIS MORGEN TOT DE INEENSTORTING VAN DE WERELDECONOMIE?

Posted on 4 min read 111 views

Een groot gevaar voor de wereldeconomie als geheel ontstaat als de Chinese overheid er niet in slaagt de in juli 2015 duidelijk geworden beurs- en bankencrisis onder controle te houden. En er zijn voldoende redenen om te stellen dat de Chinese overheid daarin niet zal slagen. In China ontwikkelde zich immers een ander soort casinokapitalisme dan in het Westen. Daar zijn de gokkers niet de door greed verteerde bankiers die met andermans geld gokken op allerlei soorten bankderivaten, wel de gokverslaafde begoede jongeren van beneden de 35 uit de steden die met eigen geld – vaak geleend geld – gokken op allerlei binnenlandse aandelen. Dit heeft geleid tot een onverantwoorde inflatie ter beurze. Met de verlaagde risico-aversie van de westerse bankiers, correspondeert in China een quasi risico-aversieloze economie waar de Rede en de goede huisvader ver te zoeken zijn. VRT journalist Stefaan Blommaert schrijft hierover:

“Het zijn vooral kapitaalkrachtige jongeren die zich op de aandelenmarkt hebben gestort. In het eerste kwartaal van dit jaar werden ruim 60% van de nieuwe aandelenrekeningen in China geopend door mensen van onder de 35. In tegenstelling tot de Chinese ouderen – die zich traditioneel met sparen en investeren bezighouden – hebben ze weinig ervaring, en beschouwen ze beleggen op de beurs vaak letterlijk als een spel. Een spel waar behoorlijk veel mee te verdienen valt. De Chinese regering heeft de publieke belangstelling voor de aandelenmarkt de voorbije jaren enthousiast gestimuleerd. In door de overheid gecontroleerde kranten verschenen met de regelmaat van de klok artikels en commentaren over de opportuniteiten op de beurs. Er werden fondsen ter beschikking gesteld waaruit geld kon worden geleend om er vervolgens aandelen mee te kopen. Individuele investeerders die niet in aanmerking kwamen voor dergelijke leningen vonden wel schaduwbedrijfjes die geld aanboden, tegen een torenhoge interest wel te verstaan. En natuurlijk waren er ook de grote beleggers, privébedrijven en banken maar vooral overheidsagentschappen die massaal inzetten op de beurs.”

Dat dit een reuzengroot probleem wordt voor de wereldeconomie valt gemakkelijk in te zien. De Verenigde Staten zijn wegens hun chronisch tekort op de lopende rekeningen voor hun investeringen deels aangewezen op de chronisch gewaande overschotten op de lopende rekeningen van China. Als het tot een ineenstorting van de beurzen van Shangai en Shenzen komt – die zich tot elkaar verhouden als de S&P500 en de Nasdaq100 – gevolgd door een onvermijdelijke Chinese bankencrisis, zal dit de pril herlevende Amerikaanse economie in zijn val meesleuren. De vraag is niet zozeer of dit al dan niet zal gebeuren, dan wanneer het zal gebeuren. En als het gebeurt zal het vertrouwen in de Amerikaanse dollar, de eerste reservemunt in de wereld, een enorme deuk krijgen op het eigenste ogenblik dat in het no system van het internationaal muntverkeer geen enkele andere valuta klaar staat om de rol van de dollar over te nemen: niet de euro van het (twist)zieke door Duitstand geleide Europa, niet de yen van de door schulden verteerde Japanse economie, niet het pond sterling van een Britse economie die denkt eeuwig te kunnen blijven verder werken met een geldmultiplicator van rond de 20.

De groeivoeten van 10 tot 12 procent van de Chinese economie die tussen 1992 en het begin van de Grote Recessie in 2008 nog schering en inslag waren, behoren definitief tot het verleden. Het IMF voorziet het deze keer wel correct als het stelt dat een groeivoet van 5 tot 6 procent van de Chinese economie tegen 2020 meer dan waarschijnlijk is. Tussen 2013 en medio 2015 was die groeivoet al gedaald tot een gemiddelde van 7,2 procent (6,9 procent in juli 2015). De SCI (Shanghai Composite Index) steeg over dezelfde periode van 2½ jaar wel met 250 procent, dat is tegen een jaargemiddelde dat meer dan tien keer hoger ligt dan dit van de economische groei. Binnenlandse aandelen zijn daardoor grenzeloos overgewaardeerd. Heel anders verging het de Chinese beurzen tussen 1994 en 2013: toen steeg de SCI met amper 24 procent in 20 jaar tijd, veel trager dus dan de economische groei.

In de week van 2 tot 8 juli 2015 ging er volgens Patrick Chovanec (zie hoofdstuk 5 van deel I) al 3.900 miljard yuan van de 43.000 miljard yuan Chinees spaargeld (als berekend door de Chinese econoom Wu Jinglian) verloren. Op maandag 27 juli ging er op Shanghai nog eens in één dag tijd, bij een daling van de SCI met 8,5 procent, nog eens 1.040 miljard yuan verloren, dat is drie keer zoveel als de complete Griekse staatsschuld waarmee het zieke Europa hopeloos worstelt (zie Appendix II). De Chinese overheid koestert de illusie dat door haar kapitaalcontrole de binnenlandse beurshandel nog steeds controleerbaar is als had ze nooit de verhelderende analyse van de marxistische economen Kōzō Uno en Thomas T. Sekine (zie hoofdstuk 4 van deel I) gelezen. Het is niet omdat men bij een verlies van meer dan 10 procent de beurshandel kan stilleggen en institutionele beleggers kan verplichten in prijs gezakte aandelen op te kopen dat men in China door overheidsingrijpen een aan de gang zijnde beurskrach kan blijven controleren. Stefan Blommaert schrijft: “Alles is controleerbaar in een communistische biotoop, dus ook de hoogmis van het kapitalisme, de aandelenmarkt.” Ik laat hem graag die illusie, maar mijn algemene theorie van de langdurige economische crises bewijst dat ook in een communistische biotoop, die verworden is tot casinokapitalisme, de crisis onbeheersbaar is geworden.

De volgende stap is trouwens even voorspelbaar. Chinese banken zullen zich straks willen indekken tegen te verwachten beursdalingen door een beroep te doen op de bankderivaten die de westerse economie deden ontaarden in casinokapitalisme. Tot nog toe waren de 710.000 miljard dollar bankderivaten hoofdzakelijk het speeltje van Europese en Amerikaanse bankiers. Als Chinese banken straks hetzelfde perverse spel meespelen, en zich bijvoorbeeld gaan storten op credit default swaps wordt de Chinese economie een tweevoudig casinokapitalisme: een eerste keer door de gokkende beleggers, een tweede keer door de gokkende banken. En dan zou ik niet mogen zeggen dat ik wel de kop van deze crisis zie, maar nergens de staart. Ik vrees dus dat het ergste nog moet komen.

Share

By

ARME DUTSEN VAN HET PATRONAAT KRIJGEN NOG EXTRA STEUNTJE

Posted on 3 min read 143 views

Het stond dan wel in het regeerakkoord maar een tweede maand gewaarborgd loon bij ziekte ten laste van de werkgever komt er dus lekker niet. UNIZO greep immers grotendeels naast de prijzen bij de taxshift, omdat die maar geldt voor bruto lonen van boven de 2200 euro/maand. Dus waren Karel van Eetvelt en de zijnen zowaar aan de bedelstaf toe als de regering voet bij stuk had gehouden. Indien UNIZO een tweede maand gewaarborgd inkomen bij ziekte had moeten slikken, zo stelde die arme drommel, had het de KMO's minstens 1 miljard euro gekost. Dat bedrag moet dus maar beter worden gehaald bij de gewone belastingbetaler.

En ja, er moet ook medelijden worden betoond voor al die arme sloebers met zwart geld in het buitenland. Dat vond de Al Bundy van de regering, oud-schoenverkoper Johan van Overtveldt. Dus komt er een nieuwe regularisatieronde waarbij het zwart geld tegen betaling weer wit kan worden gewassen.

Het is ontroerend hoezeer deze regering van vazallen van VBO, VOKA en UNIZO klaar staat om de arme dutsen van het grootkapitaal pakken geld door te schuiven (nu al 8 miljard euro) om hen toch maar te beschermen tegen de nakende hongerdood. En de gewone burger, toch logisch dat hij er de lasten van moet dragen, kreeg die al niet genoeg? Straks, als alles meezit, 5,55 euro per maand (want dat van die 100 euro, dat was een fantasietje om best wil).

WAAROM DE COMBINATIE VAN TAXSHIFT PLUS INDEXSPRONG GEEN ZODEN AAN DE DIJK BRENGT

Gesteund op de nationale boekhouding van 2013 (de laatste officiële die werd gepubliceerd) kan iedereen objectief berekenen hoeveel de loonkost te hoog is om weer competitief te zijn. Beide maatregelen samen zorgen voor een daling van de loonkost met 4 procent. Dat is dus veel te weinig om opnieuw competitief te zijn. Zie bijgaande tabel. We kunnen na de dubbele maatregel nog steeds niet concurreren met onze buurlanden.

Het is een gore leugen dat de concurrentiekracht van onze economie nu is hersteld. Men pakt het probleem doodgewoon verkeerd aan. We vragen nu offers van de burgers die nergens toe leiden. Als ik Wouter Beke hoor vertellen dat de taxshift goed is voor 200.000 jobs, en Johan van Overtveldt destijds hoorde zeggen dat de indexsprong goed is voor 85.000 nieuwe jobs, dan kan ik als macro-econoom en econometrist niet anders dan besluiten dat die mensen spreken over wat hoegenaamd niet klopt. De indexsprong is goed voor 7448 nieuwe jobs, de taxshift voor 7202 nieuwe jobs. Is 14.650 in het totaal, niet de 285.000 die ze ons wijsmaken. En pas op, omdat onze arbeidsproductiviteit nog steeds veel te laag is gaan er in drie jaar tijd 16.000 jobs verloren. Netto effect = NEGATIEF.

En daarvoor moet de burger straks zijn elektriciteit een kwart duurder betalen, moet hij een suikertaks op frisdranken betalen, moet hij zijn diesel duurder aan de pomp betalen. En dat we met zijn allen 100 euro per maand meer zullen verdienen is alweer een leugen. Deze regering van vazallen van het patronaat rekent erop dat de taxshift 1,7 miljard meer zal opbrengen wegens gestegen werkgelegenheid. Wat een misrekening. Het zal nog geen 300 miljoen zijn voor 4.500.000 tewerkgestelden, dat is 5,55 euro per maand per tewerkgestelde. Dat krijg je dus als je het patronaat wetten laat schrijven ipv ervaren economen.

Share

By

JOBS, JOBS, JOBS: WIE HOUDEN ZE MET HUN TAX SHIFT VOOR DE GEK?

Posted on 6 min read 158 views

Ze kunnen zelfs bij benadering niet zeggen hoeveel jobs er zullen worden gecreëerd. Wat een bende hopeloze prutsers. Het enige wat ze goed kunnen is in de zakken zitten van de doodgewone man en het grootkapitaal buiten schot te houden. Heel hun trammelant zal nauwelijks jobs creëren, wel meer fiscale lasten. Herlees hfst 1 van mijn crisisboek en je beseft meteen dat het niets uithaalt. En zeggen dat ik in hoofdstuk 7 van deel II van mijn nieuw boek haarfijn uitleg hoe er onmiddellijk 215.000 jobs kunnen worden gecreëerd waaraan de overheid 16 miljard verdient zonder al die onnozelheden die ze nu weer doorvoeren en die niet één job zullen creëren, terwijl ik exact kan zeggen, provincie per provincie, hoeveel jobs er CONCREET kunnen worden gecreëerd. Maar ja, ik ben slechts een macro-econoom en econometrist, geen politicus die het altijd beter denkt te weten.

Wat Michel & Co aan het parlement hebben voorgelegd is onvoorstelbaar vaag, zo vaag dat het onmogelijk is dat ze het Planbureau gevraagd hebben na te gaan wat de concrete gevolgen zijn van hun zgn. tex shift. Of nog: het kransje welbespraakte prutsers heeft er weer eens naar geklopt als een blinde naar een ei. Bijvoegseleconoom Johan van Overtveldt – de Al Bundy van de regering – kon in het 1h journaal in de verste verte niet zeggen hoeveel jobs er zouden worden gecreëerd. Maar ze vonden het wel een schitterend plan van historisch formaat. En dan die belofte dat iedereen 100 euro per maand zou bijverdienen. Waarvan zouden ze dat betalen??? Het enige wat ze kunnen is gouden bergen beloven. Ziek word ik als ik het juristje Patrick De Wael over economie hoor lullen. Wat weet zo'n vent nu in vredesnaam over economie. En de laffe Belg, hij slikt het allemaal. Komen wij dan echt nooit in opstand tegen die bende volksverlakkers?

WAAROM DE TAXSHIFT ONVOLDOENDE IS OM DE CONCURRENTIEKRACHT VAN DE ECONOMIE TE HERSTELLEN

Op Kanaal Z had de verslaggeefster het over het patronaat dat zowaar lyrisch is over de taxshift als had datzelfde patronaat de pen vastgehouden waarmee politici de tekst voor de taxshift schreven. Dat de loonkost moet dalen om weer concurrentieel te worden is heel zeker juist. Alleen moet de loonkost (203 miljard per jaar) met veel meer dan 2 miljard dalen om de Belgische economie weer concurrentieel te maken. Men vergeet daarbij steeds opnieuw dat het concurrentievermogen van een economie twee facetten heeft: én de loonkost per uur én de arbeidsproductiviteit per uur. En dit laatste is na de Petroleumcrisis (1973-1988) na een onvoorstelbaar aantal misinvesteringen volkomen verkeerd gelopen. Van 1996 tot 2014 is de arbeidsproductiviteit in België slechts met gemiddeld 0,84 procent gestegen (tegen 1,23 procent in Nederland, 1,32 procent in Frankrijk, 1,39 procent in Duitsland, 1,65 procent in het UK en 1,47 procent in Europa). Hierdoor heeft België in twee decennia tijd zijn concurrentiekracht volledig zien teniet gaan.

Wil men de concurrentiegraad herstellen dan is er veel meer nodig dan de loonkost fors te laten dalen, dan moet de arbeidsproductiviteit fors worden opgetrokken. En daaraan doen het patronaat en zijn loopjongens binnen de regering doodgewoon niets. Trouwens is de taxshift enkel bedoeld voor de grootste bedrijven, niet voor de KMO's. Kleine bedrijven genieten door allerlei wetten en wetjes van een werkgeversbijdrage die lang geen 33 procent bedraagt, maar rond de 27 procent schommelt. KMO's (die nog steeds het grootste percentage van de bevolking tewerkstelt) halen dus nauwelijks voordeel uit de taxshift. Wilt men een bewijs daarvoor, bekijk dan de nationale rekeningen als gepubliceerd door de NBB. Dan vindt men dat de totale werkgeversbijdrage van het patronaat 28.235,6 miljard is. Zou men die effectief met 8 procent op 33 laten dalen, dan zou het over 8/33sten x 28.235,6 miljard gaan = 6,845 miljard moeten gaan en niet om de 2 miljard waarover de regering spreekt.
Dat de concurrentiekracht NIET wordt hersteld kan duidelijk worden aangetoond. Volg even mee. .Zowel in Nederland als in België wordt de burger er vrijwel dagelijks mee om de oren geslagen dat de hoge loonkost de concurrentiepositie van hun economie aantast. Daarbij schuwt men geen overdrijvingen of gebruikt men onjuiste cijfers. Maar wat bedoelen politici of patronaat wanneer ze het hebben over de concurrentiepositie van onze economie? Ze volgen dan een simpele en op het eerste gezicht correcte redenering, namelijk dat als in land A er per uur 200 stuks worden geproduceerd, tegen 100 stuks in land B, dat dan de loonkost in land A niet meer dan het dubbele mag bedragen van die van land B. Abstractie makend van kosten voor verpakking, vervoerkosten, transportverzekeringen, etc., kunnen we de concurrentiepositie van een land (symbool CP) volgens die economisch simplistische visie van patronaat en overheid dus uitdrukken in een simpele formule. Gebruiken we voor de productiviteit van land A het symbool PR(A), voor de productiviteit van land B het symbool PR(B), voor de loonkost in land A het symbool w(A) en voor de loonkost in land B het symbool w(B) dan is de concurrentiepositie van land A ten opzichte van land B volgens die visie dus gelijk aan:

CP(A/B) =100 (PR(A)*w(B))/(PR(B)*w(A)) [1]

Dat cijfer 100 gebruiken we dan om de concurrentiepositie uit te drukken als een percentage. Zolang we voor CP(A/B) een cijfer bekomen dat groter is dan 100 heeft land A volgens die visie een gunstige concurrentiepositie ten opzichte van land B, is het kleiner dan 100 dan bekomen we een ongunstige concurrentiepositie. Het bekomen cijfer leert dan meteen met hoeveel procent de loonkost in land A nog mag stijgen om concurrentieel te blijven, of hoeveel de loonkost in land A moet dalen om weer concurrentieel te worden. Stel dat we een CP(A/B) = 110 % vinden, dan mag de loonkost nog met 10 % stijgen zonder de concurrentiepositie van land A in gevaar te brengen. Stel echter dat we een CP(A/B) = 85 % vinden, dan moet de loonkost in land A met 15 % zakken om nog te kunnen concurreren tegen land B.

Werken we over meerdere jaren dan moeten we wel werken met de reële loonkost (uitgedrukt in munteenheden van een gekozen basisjaar), niet met de nominale loonkost. Dat basisjaar moet dan ook hetzelfde zijn als dat wat we gebruikten om de productiviteit per uur uit te drukken, bijvoorbeeld loonkost en productiviteit uitgedrukt in munteenheden van 2013. Hebben land A en land B een verschillende munt dan moet de loonkost in land B wel worden omgezet in die van land A door rekening te houden met de wisselkoers van de verschillende munteenheden. Laten we bij wijze van oefening dan even berekenen hoe sterk of hoe zwak de concurrentie¬positie van de Belgische economie in 2013 was t.o.v. de Nederlandse. Dan vinden we volgende cijfers:

PR(B) = 45,9 €/uur (zie Tabel 4)
PR(NL) = 45,8 €/uur (zie Tabel 4)
w(B) = 38,02 €/uur (zie Tabel 3-1, kolom 1)
w(NL) = 32,82 €/uur (zie Tabel 3-1, kolom 1)
Voeren we die cijfers in, in formule [1] dan vinden we:
CP(B/NL) =100 (45,9 *32,82)/(45,8 *38,02) = 86,51
of nog dat de loonkost in België 13,49 % te hoog is om met Nederland op basis van lonen te kunnen concurreren.

Laten we nu even een denkoefening maken. Onderstel dat we in 1996 reeds zouden hebben beslist tot een indexsprong en dat we dan al hadden beslist tot een taxshift die twee keer zo hoog was. Zouden we dan de concurrentiekracht van onze economie hebben hersteld? Bekijken we daartoe de bovenste grafiek (waarbij we noch een indexsprong, noch een taxshift hadden ingevoerd in 1996), en vergelijken we die met de onderste grafiek waarbij we in 1996 al hadden beslist tot een loonstop én een taxshift). In 1996 waren we nog concurrentieel met Duitsland, Finland, Zweden en Frankrijk (bekijk de rechste grafiek). Onderstel nu dat we al in 1996 hadden ingegrepen met én een indexsprong én een taxshift die twee keer zo hoog is). Dan zien we op de onderste grafiek dat de verzwakte concurrentiekracht nog steeds niet zou zijn hersteld geworden in 2013. We zouden enkel nog hebben concurreren met de Zweedse economie. Conclusio patet: we hebben onze gunstige concurrentiekracht minder verloren door een te hoge loonkost dan wel door een veel te traag gestegen productiviteit: de laagste in de EU28!

AAEAAQAAAAAAAAIIAAAAJGZhZGE0YjE0LTNkZDEtNDg4Ny05MzVmLTEyMTVhN2UzYzZmYw

AAEAAQAAAAAAAAJ8AAAAJGUzZmRmNTNmLTliOTQtNGIxYy1hMTljLWNjYTdkMDQ4NmNiOQ

Share

By