Over de wereld van morgen.

Posted on 7 min read 548 views

Talloze andere onzekerheden die de wereld bedreigen

En dan heb ik nog angstvallig gezwegen over een reeks problemen die de wereldeconomie te wachten staat en waarover ik het later wil hebben in een apart boek. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de groei van de wereldbevolking die de wereld wacht. Dan heb ik het niet in malthusiaanse zin over de angst dat dit tot voedseltekorten moet leiden, een stelling die de Gentse moraalfilosoof Etienne Vermeersch (°1932) lijkt te delen, ook niet over de ermee verbonden ecologische problemen die Vermeersch al langer aankaart , maar over de ermee samenhangende problemen qua energievoorziening en tewerkstelling. Als men het met de demografen van het Oostenrijkse IIASA (International Institute for Applied Systems Analysis) en de Verenigde Naties eens is dat de wereldbevolking tegen 2050 zal stijgen tot 9,1 miljard om daarna een top zal bereiken onder de 10 miljard, en dan te dalen, dan komen er straks wel 2 miljard mensen bij die allemaal verwarming zullen nodig hebben en waarvan een groot deel over eigen vervoermiddelen zal willen beschikken, uitgerekend op het moment dat de limiet van de fossiele brandstoffenvoorraad zal zijn bereikt en de robotisering de arbeidsmarkt zal doen krimpen. Waar zullen die 2 miljard nieuwe mensen straks werk vinden?


De Leuvense geograaf Gerard Govers, die zich daarvoor baseert op de theorieën van Amartya Sen, vindt niet dat dit automatisch tot problemen op grote schaal moet leiden. Hij schrijft immers: “Maar goed, in 2050 zijn er nog altijd ongeveer 2 miljard aardbewoners meer dan de huidige wereldbevolking en de vraag of die er nog bij kunnen is dan ook terecht. Nu al leven er ongeveer 1 miljard mensen in onaanvaardbare armoede en dat aantal moet dringend naar beneden. De vraag is of dat met een (nog) steeds groeiende bevolking wel kan: het antwoord daarop is, enigszins verrassend, een volmondig ja. Maar het zal niet vanzelf gaan. Ten eerste moeten we objectief durven kijken naar de oorzaken van die extreme armoede: die is niet het gevolg van het feit dat de hulpbronnen van de aarde ontoereikend zijn om iedereen van voldoende voedsel (en drinkbaar water) te voorzien. Er wordt op dit ogenblik meer dan voldoende voedsel geproduceerd op aarde: de almaar toenemende buikomtrek van de gemiddelde westerling is maar één van de indicaties dat een gebrek aan geproduceerde calorieën niet het basisprobleem is. Het probleem is dat dit voedsel niet terechtkomt bij een aantal groepen die er een grote nood aan hebben, terwijl er in andere samenlevingen een zodanig overschot is dat ongeveer 30 procent van het geproduceerde voedsel niet wordt opgegeten, maar tot afval verwordt.”


Dit onverholen optimisme kan ik niet delen. Het impliceert dat de wereldproductie tegen 2050 met meer dan een kwart méér moet kunnen stijgen boven de normale economische groei van de wereldeconomie met 3,94 procent per jaar – groei die vooral hoog is dankzij India en China. Dit betekent ook dat de inzet van machinale energie gevoelig zal moeten stijgen. Als we niet snel genoeg zullen overschakelen op andere dan fossiele brandstoffen zal dit leiden tot een ondragelijke uitstoot van koolstof. Die toenemende CO2 uitstoot zal leiden tot een nog grotere opwarming van de aarde. Lange-termijnmodellen van werkgelegenheid zullen dus rekening moeten houden met extra ecologische determinanten die we NU al moeten inbouwen als we de wereld van morgen niet onherroepelijk willen beschadigen. We kennen NU al de problemen van morgen. Maar in plaats van ze te helpen oplossen schuiven we ze voor ons uit. Dit is typisch voor de wijze waarmee de postmoderniteit de toenemende onzekerheid in de wereld verhoogt in plaats van ze te reduceren. Zal het dan verwonderen dat onze kleinkinderen ons in 2050 zullen verwijten dat we de problemen in 2015 al kenden, maar dat we er niets – in elk geval veel te weinig – tegen hebben gedaan?


Dat de toename van de wereldbevolking zal leiden tot een toename van armoede in de wereld, is gemakkelijk te voorspellen bij een vernauwing van de arbeidsmarkt ten gevolge van de robotisering. Dit impliceert dat de vluchtelingenstroom uit Afrika en het Midden-Oosten naar Europa, vooral naar Italië en Griekenland, nog zal toenemen. Europa weet zich met het probleem geen raad, a fortiori niet zolang het Verenigd Koninkrijk niets doet aan zijn systeem waarbij inwijkelingen geen identiteitsbewijs hoeven voor te leggen en zolang er een uitgebreide secundaire arbeidsmarkt voor zwartwerk blijft bestaan. Bovendien heeft het zieke Europa het bewijs geleverd dat het eigenbelang van de lidstaten er groter is dan de solidariteit met de rest van de wereld toen bleek dat er niet eens een consensus kon worden gevonden voor een proportionele opvang van vluchtelingen per lidstaat. 


Ondertussen ontwierp vooral Europa een aanvankelijk lucratieve bezigheid van ter beurze verhandelde emissierechten, waaraan vooral de elektriciteitsproducenten door grandfathering en windfall profits het best verdienden, zonder de lucht- en waterverontreiniging efficiënt om te buigen. Het EU ETS (Emission Trading System) ter bestrijding van de uitstoot van broeikasgassen heeft deerlijk gefaald omdat het voornamelijk leidde tot beursspeculatie, wat niet het geval zou zijn geweest indien men radicaal had geopteerd voor carbon taxes. EU ETS, een cap & trade system, is vanaf de start in 2005 nooit meer geweest dan een second best, als uitgelegd bij de uiteenzetting van mijn energiewaardetheorie in hoofdstuk 4 van deel II. In fase 3 moest het in 2013 trouwens compleet worden herzien. Of het daadwerkelijk heeft geleid tot die abatement of greenhouse gasses die de Europese Commissie publiceert mag worden betwijfeld. De gepubliceerde cijfers lijken veeleer op een vorm van wishful thinking. Bovendien omvat het ETS programma dat de 28 lidstaten van de EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein onderschreven, maar 45 procent (CO2, N2O en PCFs) van de uitstoot van alle broeikasgassen en moeten de te realiseren quota bestendig worden bijgestuurd. 


De door mij voorgelegde energiewaardetheorie werd zo geformuleerd dat het mogelijk is de neveneffecten van de productie – de uitstoot van broeikasgassen – te kwantificeren. Die uitstoot heeft een negatieve energetische waarde. Door de energetische waarden te vermenigvuldigen met de bijhorende transformatiecoëfficiënt bekomt men niet enkel de geldwaarde van de productie (dat is de turnover), maar ook de negatieve geldwaarde van de uitstoot van schadelijke stoffen. Deelt men de turnover door de differentiatiecoëfficiënt dan bekomt men het bruto binnenlands product. Doet men hetzelfde met de negatieve geldwaarde van de uitstoot van schadelijke stoffen, en trekt men het af van het BBP dan bekomt men wat ik het sociaal binnenlands product (SBP) noem. Daarbij zal het SBP altijd kleiner zijn dan het BBP. Hoe groter het verschil tussen beiden, hoe meer men de wereld opzadelt met schadelijke stoffen die bijdragen tot de opwarming van het klimaat. Helaas komt die benaderingswijze nooit ter sprake op de verschillende klimaatconferenties. Nochtans zou het een waardevolle aanvulling in de discussies hebben kunnen zijn. Planning voor de toekomst vereist dat men afstapt van het BBP als voornaamste richtsnoer, en dat men leert werken met SBP grootheden. Dit wordt stof voor een volgend boek dat ik misschien ooit zal uitschrijven.


En dan is er nog het probleem van het toenemend terrorisme in de wereld, waartegen staten quasi machteloos staan, hoezeer ze ook proberen eenieders privacy in naam van het algemeen belang te beknotten. Terroristen betwisten het monopolie van het recht op geweld dat staten alléén denken te bezitten. Oorlogen tegen het terrorisme dreigen keer op keer te mislukken omdat staten, ondanks de meest gesofisticeerde staatsveiligheidsdiensten, de naam van de vijanden vaak te laat achterhalen.


Hoe moet het trouwens straks met de oorlogsbeheersing in een wereld waar de Verenigde Staten evenveel wapens bezitten als de rest van de wereld, en instaan voor de aanmaak van twee derden ervan in een land waar het militair-industrieel complex (Charles Wright-Mills) over oorlog en vrede beslist? Al vergeten hoe datzelfde militair-industrieel complex de Veiligheidsraad buiten spel zette om in Irak de totaal nutteloze Tweede Golfoorlog te beginnen? Hoe de contracten voor de wederopbouw met Halliburton al getekend waren nog voor de oorlog moest beginnen? Hoe het leger er na de val van Saddam Hussein werd ontmanteld – niet zonder een nieuw rekrutenleger te hebben opgescheept met 150 miljard dollar gesofisticeerde Amerikaanse wapens die voor een deel in handen vielen van gewetenloze salafisten van ISIS, Al-Nusra en andere godsdienstwaanzinnigen? De logica van de situatie ware geweest dat de Verenigde Staten, die in Irak de catastrofe hadden gecreëerd, er de puinhopen hadden opgeruimd door grondtroepen te sturen. Maar dat vond het Amerikaanse militair-industrieel complex veel minder lonend dan de beter renderende luchtaanvallen waaraan de Amerikaanse wapenindustrie zoveel meer kan verdienen. In plaats van het Kwaad met de wortel uit te rukken toen Abu Bakr al-Baghdadi zich op 29 juni 2014 uitriep tot de zelfverklaarde kalief van de denkbeeldige Islamitische Staat – door onmiddellijk grondtroepen te sturen – liet men toe dat de salafistische olievlek verder kon uitdijen zodat straks niemand meer weet hoe ze te stoppen.


Met het salafisme werd de Oemma – dat is de wereldwijde eenheid van de islamitische gemeenschap – alles behalve bereikt en namen de spanningen tussen soennieten en sjiieten alleen maar toe, wat in het Westen heeft geleid tot een toenemende islamofobie en in het Midden-Oosten tot een ware godsdienstoorlog waarbij het onthoofden van religieuze tegenstanders hét middel tot religieuze dictatuur werd. Nooit leek een uitspraak van Karl Marx, dat godsdienst opium van het volk is, zozeer actueel. Zowat overal in Europa is de multi-culturele samenleving mislukt op dezelfde manier waarop in de Arabische wereld later de Arabische lente (tenzij misschien in Tunesië) mislukte.

 
De wereld – een wereld waar meer dan 60 miljoen mensen op de vlucht zijn voor geweld en armoede – die wij straks in de postmoderniteit onze kinderen en kleinkinderen nalaten is een sterk beschadigde wereld die al te lang de verkeerde allocatievraagstukken heeft opgelost en grenzeloos te weinig aandacht had voor de aan de gang zijnde sociale dynamica. Het is een onzekere vervuilde en opgewarmde wereld geworden die we lieten verkommeren en waarvoor we nauwelijks zorg hebben gedragen. Foei!

Comments

comments

Previous
Belgisch Uranium Voor de Eerste Amerikaanse En Russische Atoombommen
Over de wereld van morgen.