België moet een federale Staat met drie deelstaten worden – Vlaanderen met Antwerpen als hoofdstad, Wallonië met Namen als hoofdstad en Brussel dat tevens de hoofdstad van de federale Staat blijft.

Wetgevende macht op het niveau van de Federatie in handen van een Kamer met 150 rechtstreeks verkozen leden en op het niveau van de deelstaten Vlaanderen, Wallonië en Brussel in handen van een Vlaams parlement, een Waals parlement en een Brussels parlement. Leden van de deelstaatparlementen zijn res. de Vlaamse, de Waalse en de Brusselse verkozenen voor de Kamer. Zij zetelen minstens tweemaal per week in én de Kamer én hun deelstaatparlement. De Kamer stemt wetten. De parlementen van de deelstaten stemmen decreten. Wetten worden uitgevaardigd en bekrachtigd door de Rijkskanselier (de premier). De decreten worden uitgevaardigd en bekrachtigd door de desbetreffende minister-president.

Uitvoerende macht op niveau van de Federatie in handen van een nationale regering met maximum 9 ministers met aan het hoofd een Rijkskanselier en op het niveau van de deelstaten in handen van drie deelstaatregeringen met maximum 7 ministers elk, onder leiding van een minister-president. Aan de Waalse deelstaatregering wordt 1 Duitstalige staatssecretaris toegevoegd met bevoegdheden inzake onderwijs, cultuur en wetenschappelijk onderzoek voor de Duitse gemeenschap.

Door over te stappen naar een Federatie met drie deelstaten reduceert men het aantal parlementairen (die harder zullen moeten werken voor hun loon omdat ze in twee parlementen zitten i.p.v. één) van 628 naar 150, het aantal ministers van 47 naar 30. Afschaffing van de Senaat, van de Fédération Wallonie-Bruxelles en van het Duitstalige Parlement.

Behoud van de Grondwet en verwerping van de idee van een Grondverdrag tussen de deelstaten.

3.1. Bevoedheden van de Federatie

De Federatie blijft bevoegd voor Justitie, Financiën, Defensie, Begroting, Indirecte Belastingen & Accijnzen, Buitenlandse Zaken, Verkeer, Sociale Zekerheid & Pensioenen (exclusief Volksgezondheid & Welzijn). Een Federale Raad, bestaande uit de rijkskanselaar en de vice-rijkskanselaar, de drie minister-presidenten en hun vice-premier, beslissen bij aanvang van iedere ambtstermijn welk deel van alle overheidsinkomsten ter beschikking wordt gesteld van de Federatie en welk deel ter beschikking wordt gesteld van de deelstaten.

3.2. Bevoegdheden van de deelstaten

Alle andere bevoegdheden gaan over naar de drie deelstaten. De deelstaten innen zelf de door de Federatle Raad bevestigde belastingen en dragen daarvan aan de Federatie het deel over dat werd beslist door de Federale Raad. Fiscaliteit en Sociale Zekerheid blijven een bevoegdheid van de Federatie en kunnen niet worden gesplitst over de deelstaten: geen fiscale of sociale concurrentie tussen de deelstaten.

3.3. Staatshoofd

Aan het hoofd van de Confederatie staat een koning of koningin die louter ceremoniële bevoegdheden krijgt. Zo lang de constitutionele monarchie blijft bestaan: Invoering van een royalty tax, vergelijkbaar met de Duitse Kirchen-steuer waarbij de belastingbetaler op zijn belastingsbrief vrij beslist welk bedrag hij of zij wenst af te staan voor het onderhoud van het koningshuis. Bedrag moet minstens 1 euro zijn per belastingsplichtige. De Kamer kan met een dubbele tweederdenmeerderheid het ondemocratische koningschap afschaffen door de koning te vervangen door een democratisch verkozen president van de Federatie.