WAAROM WORDEN POPULISTEN STEEDS LUIDER GELOOFD? INLEIDING IN DE SOCIALE DYNAMICA

Telkens een volk zijn welvaart gedurende lange periodes van tien/twaalf jaar of meer ziet afbrokkelen of stagneren, zodat het reëel inkomen van de gezinnen bij hoge werkloosheid eveneens stagneert, komt er een maatschappelijke verandering tot stand die men moeilijk anders kan benoemen dan als een maatschappijcrisis. Dit is het resultaat van een zorgvuldige studie die ik zopas heb beëindigd. Langdurige structurele economische crises zoals de Long Depression (1873-1896), de Great Depression (1929-1945), de Petroleumcrisis (1973-1988) en de Great Recession (dit is Bankencrisis) (2007-nu), werden inderdaad telkens gevolgd door een diepgaande maatschappijcrisis die de samenleving grondig veranderde. Tijdens zulke langdurige structurele economische crises nemen de onzekerheid en het gevoel van onveiligheid van de bevolking toe en brokkelt het geloof van de volk in wat de politieke elite (de machthebbers) hen voorkauwt significant af. Die politieke elite – die in het geheel niet weet hoe persisterende economische crises het best kunnen worden bestreden – houdt niet op de bevolking wijs te maken dat het einde van de tunnel bereikt is, en dit op het eigenste moment dat de armoede van de laagste klassen toeneemt en dat de werkloosheid hoog is.

Omdat het volk geen precies inzicht heeft in de oorzaken van langdurige economische crises zoekt het keer op keer naar een zondebok waardoor de wij-zij tegenstellingen toenemen. Dat soort tegenstellingen – tussen hoofd- en handarbeiders, tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, tussen de autochtone bevolking en de immigranten, enzovoort – ondermijnt de sociale cohesie. De samenleving begint te verbrokkelen en de vijandigheid tussen de verschillende wij- en zij groepen neemt toe.

In vier korte stukjes probeer ik te beschrijven hoe dit geleid heeft tot vier soorten van samenleving in de geschiedenis van het kapitalisme: (1) de (traditionele) industriële samenleving (1880-1930), (2) de moderne samenleving (1930-1975), (3) de vóór-postmoderne samenleving (1975-2000), en (4) de postmoderne samenleving (2000-nu).

Dat daar zo weinig onderzoek naar werd gedaan heeft te maken met het feit dat, om tot een juist inzicht in de sociale dynamica te komen, men minstens vakkundig onderlegd moet zijn in zowel sociologie, economie, geschiedenis en etnologie. Maar dat soort opleiding, in één studiepakket, wordt nergens gedoceerd – ook niet aan UPenn en de Wharton School waar ik, postuniversitair, een deel van mijn opleiding kreeg. Bovendien helpt het ook onderlegd te zijn in het postmarxisme, iets waar ze in UPenn geen hoge pet van wilden opzetten. De grootste verdienste van Karl Marx was dat hij – ondanks de vele fouten die hij maakte – economische veranderingen steeds aanzag als de voedingsbodem voor maatschappelijke veranderingen.

Wordt vervolgd in wekelijkse afleveringen

26

Comments

comments